Khaybar Khaybar! werkt goed in Arabische landen maar is niet zo handig in Europa

Door Carel Brendel, 13 december 2017

Amin Abou Rashed (links) wordt geïnterviewd door een verslaggever van Shehab News Agency.

Een gezaghebbende leider van de Duitse en Europese Moslimbroeders waarschuwt dat heetgebakerde Palestijnse demonstraties een averechts effect hebben. Slogans die geschikt zijn voor de Arabische wereld kun je beter weglaten in Europese hoofdsteden. In Nederland lijkt de vermaning overbodig want de Jeruzalem-betogingen verlopen hier relatief kalm. Opvallend is wel dat Nederlandse Hamas-sympathisanten veel lof hebben voor de opstelling van Iran.

Beelden uit Malmö van Palestijnse demonstranten die leuzen roepen over de slag bij Khaybar waar een opstandige Joodse stam volgens de islamitische overlevering zou zijn verslagen en onderworpen door het leger van de profeet Mohammed. Betogers die dezelfde antisemitische slogan – die niets te maken heeft met het huidige Palestijns/Israëlische conflict – roepen voor de Amerikaanse ambassade in Londen. Vlagverbrandingen en antisemitische leuzen in Berlijn, dat in de vorige eeuw nog de hoofdstad was van het Europese antisemitisme.

De beelden van woedende, schreeuwende, op straat biddende en vlaggen verbrandende betogers vormen geen reclame voor de Palestijnse zaak, zo beseft Khaled Hanafy, een vooraanstaande voorman van de Moslimbroeders in Europa. Op zijn Facebook-site plaatste hij een oproep aan Europese imams en andere moslimleiders om de demonstraties tegen de aangekondigde verplaatsing van de Amerikaanse ambassade naar Jeruzalem in betere banen te leiden.

Hanafy betreurt het dat bij sommige demonstraties vlaggen werden verbrand en strafbare leuzen werden geroepen. Deze uitingen doen volgens hem afbreuk aan het imago van de Europese moslims, en zorgen ervoor dat de media-aandacht voor de demonstraties verschuift naar de randverschijnselen. Omdat “verkeerde media” negatieve aandacht besteden aan het openbaar bidden bij demonstraties, wijst Hanafy erop dat een gebed eventueel na afloop mag worden ingehaald.

Hanafy roept de moslimleiders op om onwettige en onbeschaafde acties achterwege te laten. Hij adviseert ook om geen leuzen te schreeuwen in een andere taal dan die van het land van de demonstratie. Met name het luid roepen van takbir! (meestal gevolgd door Allahu Akbar! – Allah is Groter!) schrikt mensen af, meent Hanafy. Hij roept organisatoren van demonstraties op om meegebrachte spandoeken en gescandeerde leuzen strikt te controleren, en te focussen op de politieke, humanitaire en juridische aspecten van de Palestijnse zaak.

Het advies van de in Egypte geboren Hanafy bevat een opmerkelijke zin. “Wij moeten ons er bewust van worden dat de kreten en slogans die werken in de Arabische landen niet noodzakelijkerwijs werken in de Europese landen.” Met andere woorden: “Khaybar, Khaybar!” roepen werkt wel in het Midden-Oosten, maar schaadt de Palestijnse zaak in Europa. Hanafy is zo te zien bezorgder over het boemerangeffect van de antisemitische leuzen, dan over de leuzen zelf.

Khaled Hanafy (midden) in 2009 met Yusuf al-Qaradawi (links), geestelijk leider van de Moslimbroeders.

Khaled Hanafy is voorzitter van de Fatwa Ausschuss Deutschland, een raad van Duitse geestelijken, die volgens de eigen website een afdeling is van de European Council for Fatwa and Reseach (ECFR). Zelf is Hanafy ook lid van het algemeen secretariaat van deze ECFR, een college van geleerde Moslimbroeders dat onder voorzitterschap van Yusuf al-Qaradawi religieuze adviezen geeft aan Europese moslims.

Hanafy is verder een leidende functionaris van het Europäisches Institut für Humanwissenschaften, de Duitse tak van het Institut Européen des Sciences Humaine (IESH), het Europese opleidingsinstituut van de Moslimbroeders. Hanafy is tevens voorzitter van de Raad van Imams en Geleerden in Duitsland (RIGD), die volgens de Verfassungsschutz in de deelstaat Hessen organisatorisch en ideologisch met de Moslimbroeders is gelieerd. De geheime dienst in de deelstaat Sachsen berichtte verder dat Hanafy een leidende rol speelt (pdf) in diverse organisaties die tot de Moslimbroederschap worden gerekend. De RIGD riep vorige week zelf nog op tot demonstraties tegen het Trump-besluit.

Hanafy’s oproep om Jeruzalem-demonstraties correct te houden lijkt vooralsnog overbodig voor de Moslimbroeders in Nederland. Pro-Hamas-activist Amin Abou Rashed is sinds de toespraak van Trump dag en nacht in de weer met zijn Palestijnse Gemeenschap in Nederland (PGNL), de koepel van met Hamas sympathiserende Palestijnse organisaties. De straatbijeenkomsten in Amsterdam, Rotterdam, Amersfoort en Den Haag verliepen relatief rustig. De grootste demonstratie, dinsdagmiddag in Den Haag, trok slechts enkele honderden, voornamelijk Palestijnse betogers.

Het PGNL-bestuur gaf dinsdag een verklaring uit, waarin het benadrukte dat men ordelijk wil betogen in goed overleg met de Nederlandse autoriteiten. Vermoedelijk als gevolg daarvan verhuisde de manifestatie van het Lange Voorhout (bij de Amerikaanse ambassade) naar de Koekamp (voor het Centraal Station). Stewards met PGNL-hesjes zijn overal nadrukkelijk aanwezig om een herhaling van eerdere ontsporingen, zoals het roepen van de Khaybar-leus bij een demonstatie in Rotterdam, te voorkomen.

De Nederlandse vertaling van een andere PGNL-verklaring werd vanaf het podium voorgelezen door Thomas van Beersum van Studenten voor Rechtvaardigheid in Palestina. Opvallend daarin was vooral een passage over Iran. Namens PGNL zei Van Beersum (de tekst is te horen in een video van het Hamas-gezinde Shehab News Agency, vanaf minuut 15’30”): “Israël kan Jeruzalem zelf niet tot hoofdstad maken en nu doen de Verenigde Staten dat. Shell probeert met geld en geweld het verzet tegen te gaan. Mahmoud Abbas krijgt elk jaar 300 miljoen dollar om zijn mond te houden. Hetzelfde geldt voor een aantal andere landen in het Midden-Oosten. Het belangrijkste land dat niet toegeeft op dit moment is Iran. Dit land is een voorbeeld voor sjiieten en soennieten in het Midden-Oosten.”

De lof voor Iran is opmerkelijk omdat veel Nederlandse moslims Iran juist als de kwade genius zien achter de Syrische dictator Assad. De ayatollahs stuurden milities naar Syrië om het heersende regime overeind te houden. Met het wegebben van de Syrische burgeroorlog en het oplaaien van de ruzie tussen Qatar (pro-Moslimbroeders) en Saoedi-Arabië (na jarenlange steun aan deze beweging opeens anti-Moslimbroeders) ontstaan er echter nieuwe vriendschappen. Of krijgen oude vriendschappen een tweede leven.

Ondanks het Syrische conflict hield Hamas de afgelopen jaren een lijntje open naar Teheran. De banden worden aangehaald nu Saoedi-Arabië meebuigt met alle Westerse wensen en Iran zich opwerpt als de aanvoerder van de anti-Amerikaanse krachten.

PS: Meer over de Fatwa Ausschuss Deutschland vindt u op het Duitse weblog Vorwärts und Nicht Vergessen (Voorwaarts en Niet Vergeten) van SPD-lid Sigrid Herrmann-Marschall.

Feministisch boegbeeld Joke Smit over niqab, sluier en islamitische theocratie

Door Carel Brendel, 4 december 2017

Joke Smit

Gloria Wekker en Anne-Fleur Dekker zijn de opvallendste kandidaten voor de door de Nederlandse overheid ingestelde Joke Smit-prijs, die op 11 december zal worden uitgereikt door een jury onder leiding van Eva Jinek. Wekker, die hoogleraar gender en etniciteit was aan de Universiteit Utrecht, dankt haar nominatie voor de Oeuvreprijs vanwege “haar langdurige strijd voor de verbetering van de positie van zwarte vrouwen in Nederland.” Dekker, lid van de Internationale Socialisten en demonstrante bij de zeer gewelddadig verlopen G20-top in Hamburg, maakt kans op de aanmoedigingsprijs, als “feministische activiste die zich inzet voor de positie van vrouwen en onderdrukte groepen in de samenleving”.

Vandaag zal ik het niet hebben over de kandidaten en juryleden met uitzondering van de Oranjeleeuwinnen, die dit jaar Europees kampioen voetbal zijn geworden. Wat mij betreft mogen ze alle prijzen winnen.

De Joke Smit-prijs is vernoemd naar Joke Smit, de in 1981 op 48-jarige leeftijd aan borstkanker overleden oermoeder van het moderne Nederlandse feminisme. Op Wikipedia vindt u haar indrukwekkende biografie. Smit hield zich bezig met vrouwenrechten, recht op abortus, en het in de jaren zeventig van de vorige eeuw nog lang niet gevestigde recht van vrouwen op werk, en op volwaardige beloning voor dat werk.

Minder bekend, en wellicht niet zo populair onder hedendaagse feministen, is wat Smit heeft geschreven over vrouwenonderdrukking binnen de islam. Speciaal voor de intersectionele social justice warriors van nu volgt daarom een hoofdstuk uit “Er is een land waar vrouwen willen wonen” (pdf), de gebundelde werken van Joke Smit. Het baanbrekende artikel “De legitimatie van de sluier” stamt uit 1979. Het verscheen kort na de invoering van een theocratisch regime in Iran. De sluier, aldus Smit, stond voor “vormen van apartheid die hopelijk minder zijn dan in Zuid-Afrika, maar vermoedelijk nog dieper ingrijpen in het leven van mensen”. Ik ben benieuwd of Wekker in haar dankwoord ingaat op de door Smit in 1979 gesignaleerde apartheid.

Joke Smit: De legitimatie van de sluier

Boechara is, zegt men, de enige stad in de Sovjet-Unie met een opleidingsinstituut voor Islamitische geestelijken. Het is gevestigd in een vervallen monument, er lopen sjofel geklede mannen in en uit. De gids, een vief meisje, zag het graag verdwijnen. De Nederlandse groep protesteert: vrijheid van godsdienst s.v.p. De gids reageert verontwaardigd: zestig jaar na de revolutie gebeurt het nog dat meisjes worden uitgehuwelijkt, al is dat bij de wet verboden. Een auto voor haar familie wordt als een passende bruidsschat beschouwd. En met instemming citeert zij Voltaire, wiens borstbeeld in menig Russisch museum prijkt.

Er zijn situaties waarin het ‘Écrasez l’infâme’ weer wakker wordt. Bij mij gebeurt dat wanneer religieuze leiders hun gezag misbruiken om de onderdrukking van mensen te prediken. Dus wanneer ik uitspraken lees van de huidige paus over rechten en plichten van vrouwen, wanneer – zoals nu in Iran – de jacht op homofielen wordt geopend, wanneer de sluier weer een verplicht kledingstuk dreigt te worden.

De wederinvoering van de sluier, met allerlei rationalisaties omringd die een Feministe uiterst bekend in de oren klinken, is op zich al niet onbelangrijk: Een symbool heeft invloed op mensen. Daarom is het betreurenswaardig en kortzichtig dat vrouwen in verschillende Mohammedaanse landen de sluier of het tentgewaad met oogspleet benutten om te protesteren tegen misstanden. Het is voor vrouwen altijd riskant zich onvoorwaardelijk in dienst te stellen van ‘grotere’ idealen. Dat is elders wel gebleken: trouwe medestrijdsters ontdekten dan bijvoorbeeld dat de arbeidersklasse bij nader inzien enkel uit mannen bestond.

In dit geval is de kortzichtigheid groter. Want de sluier staat voor veel meer: Voor het recht op verstoting, voor geïnstitutionaliseerde jaloezie tussen vrouwen, voor het wegsnijden van erotische verlangens, voor vormen van apartheid die hopelijk minder zijn dan in Zuid-Afrika, maar vermoedelijk nog dieper ingrijpen in het leven van mensen, voor een stelsel van onderhorigheid dat vervolgens benoemd wordt als de waardigheid van de vrouw.

Wie de krant leest krijgt de indruk dat het proces van dekolonisatie in een nieuwe fase is gekomen: niet alleen het westen wordt verworpen, maar ook ideaalbeelden uit het westen. Tot voor kort proclameerden nieuwe of vernieuwde staten hun eigen versie van democratie en/of socialisme; nationalisme werd verbonden met vrijheids- of gelijkheidsidealen, althans op papier.

In het Islamitische deel van de wereld lijkt het nu anders te worden: aankomende spoeden zich niet langer naar Moskou of naar westerse
universiteiten; studenten putten hun inspiratie uit de Koran. Noch Marx, noch het kapitalisme, maar de theocratie.

Wanneer nationalisme gekoppeld wordt aan een terugkeer naar het erfgoed der vaderen voorspelt dat voor vrouwen weinig goeds. Wanneer dat in Moslimlanden gebeurt is het erger. Want de Islam is een religie met werfkracht, vooral in Afrika. Dat zou kunnen betekenen dat clitoridectomie [vrouwenbesnijdenis, CB] niet af- maar toeneemt. En ook de Islam veel sekten en richtingen telt is het een godsdienst met een sterke samenbindende werking; wat vandaag in Iran dreigt te gebeuren kan morgen overslaan naar elders.

De volgende etappe is namelijk bereikt wanneer theocratische ideeën in rechtssystemen worden vastgelegd. Want men moet zich niet vergissen: de feministische beweging in het Westen heeft terrein kunnen winnen omdat haar idealen in de samenleving al juridisch verankerd waren. Iedere burger gelijk voor de wet’ betekende dat zij gezagsdragers lastige vragen kon stellen. Zij kon eisen dat wetten en praktijk aan die norm werden aangepast. Voor haar optreden is de legitimatie aanwezig; het gaat altijd om gelijkheid vertaald naar de helft van de bevolking.

Waar theocratische rechtsbeginselen zegevieren is dat niet langer het geval. Ongelijkheid van de seksen is dan niet alleen van god verordineerd, maar ook vastgelegd in de wet. En hoewel de landen die in theocratische richting bezig zijn het handvest van de Verenigde Naties hebben getekend en een wereldactieplan voor de vrouw mee tot hebben gebracht, zal internationaal vermoedelijk weinig tegengas worden gegeven. Men bemoeit zich nu eenmaal niet met de binnenlandse aangelegenheden van een land, zeker niet als men olie nodig heeft.

De strijd om de legitimatie van de theocratie te verhinderen zal dus van vrouwen ter plekke moeten komen, en van verlichte mannen. Daarbij blijkt dan weer hoe belangrijk het bestaan is van een vrouwelijke intelligentsia en van onderwijs aan meisjes. niet in de zin van traditioneel Moslim-onderwijs, kennis van heilige teksten. En evenmin onderricht dat vrouwen voorbereidt op taken in het binnenhuis, – dat levert slechts beter toegeruste slavinnen op. Maar onderwijs dat meisjes kansen geeft in het arbeidsproces en materiaal aanreikt voor zelfstandig denken. Daarmee lijkt in Iran een begin te zijn gemaakt. Er zijn vrouwen die protesteren, bij hun betogingen is bloed gevloeid.

De vooruitzichten zijn dus somber. Het ziet uit dat internationale groepen die strijden voor mensenrechten er een nieuwe klantenkring
bij krijgen: vrouwen en homofielen. Het is te hopen dat hun inspanning door regeringen wordt gesteund.

Parool-stichting Democratie en Media op pad met extreemlinkse actiegroep

Door Carel Brendel, 25 november 2017

“Stichting Democratie en Media [SDM] heeft als statutaire doelstelling om totalitaire verschijnselen in het maatschappelijke en politieke leven te bestrijden, te ijveren voor een daadkrachtige democratie en voor pluriforme, opiniërende media. Deze doelstelling is geworteld in de ontstaansgeschiedenis van Stichting Democratie en Media, opgericht in 1944 door de oprichters van het illegale Het Parool.”

Dat meldt de mediastichting, volgens zichzelf geestelijk erfgenaam van Het Parool, trots op de eigen website. Deze verzetskrant, opgericht in 1940, liep tijdens de Tweede Wereldoorlog voorop in het verzet tegen het totalitaire nationaal-socialisme. Na de oorlog stond de krant pal tegen een nieuwe totalitaire dreiging, die van het communisme.

De afgelopen dagen heb ik in twee blogs beschreven dat SDM geen werk maakt van de bestrijding van de derde grote totalitaire stroming van de 20ste eeuw, die van het islamisme, verzamelnaam voor politiek-religieuze stromingen als het salafisme en de Moslimbroederschap. Integendeel. In het kader van een samen met de Open Society Foundations (OSF) opgezet programma tegen discriminatie van moslims (op zich een loffelijk streven) werkt SDM juist nauw samen met enkele organisaties van de Moslimbroederschap. Deze beweging heeft een speerpunt gemaakt van het opgerekte begrip “islamofobie”, dat fungeert als wapen om kritiek op het islamisme in de kop te drukken. Daarnaast steunt SDM in de praktijk een islamistische lobby die de hoofddoek promoot ten koste van de neutraliteit van de Nederlandse overheid.

Dat SDM moeite heeft met het herkennen van intolerante stromingen bleek vorige week zaterdag ook rond een ander onderwerp. SDM-programmamanager Maartje Eigeman klom aan boord van een van de bussen van de omstreden actiegroep Kick Out Zwarte Piet (KOZP). De bussen strandden op de A7 bij Joure door een blokkade van boze Friezen.

Het is uiteraard een kwalijke zaak, dat een door de burgemeester goedgekeurde betoging als gevolg van eigenrichting geen doorgang kan vinden. Maar dat hun anti-Piet-actie in Dokkum werd verhinderd, betekent niet automatisch dat KOZP een frisse club is. Toevallig twee dagen na “de slag om Dokkum” verscheen het maandelijkse rapport Dreigingsbeeld Terrorisme van de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV). Dat maandrapport gaat grotendeels over terrorisme en jihadisme, maar aan het slot worden enkele hoofdstukjes gewijd aan de polarisatie tussen allerlei links en rechts opschietende groepjes extremisten. Op extreemrechts zijn dat de anti-islamgroepen Pegida en Identitair Verzet, en in toenemende mate het racistische studiegenootschap Erkenbrand.

Over het extremisme op links zegt de NCTV onder meer: “Enkele relatief nieuwe extreemlinkse antiracistische actiegroepen bestaan voornamelijk uit actievoerders met een migrantenachtergrond. Zij strijden tegen (in hun ogen) racistische en koloniale symbolen in de Nederlandse maatschappij, zoals Zwarte Piet, de VOC, straatnamen en standbeelden. De bekendste actiegroepen hiervan zijn Kick Out Zwarte Piet en De Grauwe Eeuw.” De NCTV noemt verder het straatgeweld tijdens de G20-top in Hamburg, waar ook Nederlanders bij betrokken waren, zonder in te gaan op deelnemende organisaties.

KOZP kwam niet zomaar in het dreigingsbeeld terecht. In november 2016 waarschuwde de AIVD voor mogelijk geweld tijdens een niet-aangemelde anti-Piet-betoging in Rotterdam. Verder berichtte het Leids Dagblad over een bijeenkomst van activisten in Leiden, waar KOZP-voorman Jerry Afriyie onder meer zei: “De één gaat zingen op de Dam, de ander gaat met een knuppel naar een intocht. Ik vind dat ze allebei de ruimte moeten krijgen. Ik praat veel met intochtcomités en burgemeesters en achter de schermen geven ze allemaal toe dat het fout is. Maar je kunt ons niet eeuwig aan het lijntje houden en verwachten dat we vreedzaam blijven demonstreren.’”

De ruimte geven aan mensen die met een knuppel gaan naar een Sinterklaas-intocht met kleine kinderen, dat lijkt me niet bevorderlijk voor de “sterke, integere democratische rechtstaat” waarvoor SDM zegt op te komen. Desondanks stapte een afgezant van de Parool-stichting in de KOZP-bus.

Haar deelname is geen eenmalige uitglijer, want Eigeman waarschuwde Afriyie tot twee maal toe (in september 2016 en in oktober dit jaar) via tags op Facebook dat er een nieuwe ronde SDM-subsidies aankwam. Kennelijk vindt men bij SDM dat hij zinnige subsidievoorstellen kan indienen.

Afriye is niet de enige links-extremist in het adresboek van de SDM-programmamanager. Dit blog signaleerde eerder dat ook de Belgische activist Dyab Abou Jahjah, voormalig voorman van de antisemitische Arabisch-Europese Liga, tot haar netwerk behoort. Abulkasim al-Jaberi, de Nederlandse contactpersoon van Abou Jahjah’s nieuwe Movement X, kreeg in december 2016 eveneens een melding dat SDM subsidieaanvragen zocht tegen moslimdiscriminatie.

Daarnaast tagde Eigeman enkele Internationale Socialisten (IS) in verband met nieuwe subsidierondes. IS stuurde afgelopen zomer een bus naar de protesten tegen de G20-top in Hamburg, die uitmondden in hevige straatrellen. Een bekend IS-lid uit Nijmegen zat in verband daarmee drie maanden in voorarrest. Hij werd veroordeeld tot 17 maanden celstraf, maar kon na zijn proces toch naar huis omdat de rechter de straf voorwaardelijk oplegde.

IS liep al eerder in het oog door extremisme. In 2009 noemde de Tilburgse onderzoeker Hans Moors hen uitgebreid in het rapport Polarisatie en radicalisering in Nederland (pdf). Moors noemde IS “de belangrijkste organisatie binnen socialistisch extreemlinks”. “Tijdens en na de oorlog in Gaza heeft IS haar pro-Palestijnse standpunt in behoorlijk antisemitische termen verwoord.” Verderop schrijft Moors: “In Nederland is IS, of zijn leden van IS, betrokken bij (gewelddadige of op geweld uitdraaiende) linkse acties en demonstraties.”

Desondanks zitten prominente IS-leden als Maina van der Zwan en Jelle Klaas in de klapper van Eigeman. Zij genieten van wat Telegraaf-columniste Nausicaa Marbe “links privilege” noemt. Marbe: “De aloude, traditionele sympathie van het linkse establishment voor allochtone woede en minachting: links privilege zou je dat kunnen noemen. Wat de NCTV als extreemlinks bestempelt en in de gaten houdt, wordt in die maatschappelijke regionen gevierd en gepromoot.”

Dat Stichting Democratie en Media hierin meegaat is extra treurig. Het Parool was in haar gloriedagen juist wars van alle vormen van extremisme. De erfgenamen, die nu de subsidiepot van de mediastichting beheren, zijn slecht op de hoogte van de geschiedenis van hun eigen krant en missen daardoor het moreel kompas om zich ver te houden van dit extremisme.

Democratie en Media staat helemaal niet neutraal in de hoofddoekzaak

Door Carel Brendel, 22 november 2017

Groepsfoto met Linda Sarsour tijdens een OSF-bijeenkomst in Barcelona. Links achter Sarsour staat Maartje Eigeman van Stichting Democratie en Media. Helemaal links achter staat Marianne Vorthoren van de Rotterdamse moskeekoepel SPIOR.

De financiering van een video van hoofddoekagente Sarah Izat betekent niet dat Stichting Democratie en Media (SDM) haar actie steunt, zegt directeur Nienke Venema. De stichting beweert dat zij neutraal staat in de uitkomst van de zaak. Een overzicht van de SDM-betrokkenheid bij de hoofddoekkwestie laat zien dat deze bewering zeer twijfelachtig is.

“Stichting Democratie en Media [SDM] laat gelukkig zijn ware aard zien. Samen met de Moslimbroederschap een islamistische agenda uitdragen.” Zo reageerde columniste Annabel Nanninga, sinds kort lijsttrekker in Amsterdam voor het Forum voor Democratie, gisteren op een blog, waarin ik de financiering door SDM – een mediastichting die zichzelf beschouwt als de geestelijke erfgenaam van verzetskrant Het Parool – van een video van hoofddoekagente Sarah Izat onthulde.

SDM-directeur Nienke Venema reageerde boos. “Ik hoop dat u de absurditeit van deze beschuldiging zelf ook kunt inzien. In een sterke democratische rechtsstaat waarin vrijheid en mensenrechten worden geborgen, past een stevige discussie over dit onderwerp.”

Ondergetekende ontving een protestmail van Venema, vanwege een passage waarin ik stelde dat SDM de facto een lobby van de politieke islam ondersteunt door de video van Izat te betalen. Venema: “Het ondersteunen van een discussie over of politieagenten wel of geen hoofddoek zouden moeten kunnen dragen in Nederland en hoe dit zich verhoudt tot de bescherming van fundamentele rechten en vrijheden van individuen in onze samenleving, is iets heel anders dan het ondersteunen van een ‘lobby van de politieke Islam’. Daarmee hebben wij, in tegenstelling tot wat u beweert op uw blog, niets van doen. Wij richten ons op het hooghouden van de democratische rechtsstaat.”

De facto is een Latijnse uitdrukking die “in feite” of “in de praktijk” betekent. Natuurlijk hebben Venema en SDM-programmamanager Maartje Eigeman geen werkvergadering belegd over de vraag “hoe kunnen we de Moslimbroederschap ondersteunen?” In mijn blogs over deze zaak stel ik slechts vast dat meer ruimte scheppen voor de hoofddoek in de seculiere Westerse samenleving en het hameren op vermeende “islamofobie” twee belangrijke actiepunten zijn van islamistische stromingen. Daarnaast heb ik geschreven dat organisaties van de Moslimbroeders een hoofdrol spelen in de Europese lobby rond de hoofddoek op het werk. Door op te trekken met deze groepen ondersteunt SDM in de praktijk een aantal belangrijke doelen van de Moslimbroederschap in Europa.

Helemaal onhoudbaar is Venema’s bewering dat het SDM alleen maar te doen is om de maatschappelijke discussie en dat “SDM zelf neutraal staat tegenover de uitkomst van de zaak”. Het hieronder volgende overzicht laat zien dat deze stelling volstrekt ongeloofwaardig is.

Lees de rest van dit artikel »

Stichting Democratie en Media financierde video van hoofddoekagente

Door Carel Brendel, 21 november 2017

Stichting Democratie en Media (SDM), dat zichzelf beschouwt als de geestelijke erfgenaam van verzetskrant Het Parool, heeft een video gefinancierd, waarin de Rotterdamse politievrouw Sarah Izat uitlegt waarom ze een hoofddoek onder haar uniform wil dragen. Dat heeft SDM-directeur Nienke Venema geantwoord op mijn vraag over eventuele juridische steun aan de agente, die gisteren in het gelijk werd gesteld in een niet bindende uitspraak van het College voor de Rechten van de Mens (CRM). Izat had zich tot dit college gewend omdat zij de gedragscode van de politie, die verbiedt om het uniform te dragen in combinatie met religieuze uitingen, beschouwt als discriminatie.

Izat plaatste de video op 15 november op de Facebook-pagina Diversiteit in Eenheid. In de video zegt Izat dat ze haar zaak heeft aangekaart bij het CRM “omdat ik hoop dat de politie het meeneemt in de herziening van de gedragscode.” Verderop zegt ze: “Als er regeltjes zijn zoals de gedragscode belemmert dat de participatie van vrouwen en dat is doodzonde.” Ze noemt de hoofddoek “een onderdeel” van zichzelf.

Venema, in een reactie per e-mail: “Vanuit het programma tegen moslimdiscriminatie, u wel bekend, heeft SDM een paar weken geleden een bijdrage gedaan aan de video waarin mevrouw Izat haar verhaal en ambities deelt. Mevrouw Izat wil een gesprek aanwakkeren over in hoeverre het beleid van de politie discriminerend werkt jegens vrouwen die er vanwege geloofsoverwegingen voor kiezen een hoofddoek te dragen. SDM heeft geen ‘juridische actie’ gesteund, maar een bijdrage gedaan zodat deze belangrijke discussie plaats kan vinden.

Met het toekennen van financiering aan projecten ondersteunt SDM debat, maar vereenzelvigt zij zich niet met de standpunten die in dit debat aan de orde komen. SDM staat neutraal tegenover de uitkomst van de zaak, maar vindt het belangrijk dat deze discussie over fundamentele rechten en vrijheden in Nederland gevoerd wordt en dan met name door de mensen die er zelf bij betrokken zijn. Dat hoort bij een gezonde vrijheid van meningsuiting die past bij een sterke democratische rechtsstaat.

Op dit moment is er geen sprake van vervolgfinanciering. Mocht er een verzoek komen dat goed past bij de criteria en prioriteiten, dan zal deze in overweging worden genomen. Details over de financiering kunt u in het jaarverslag 2017 vinden.”

SDM startte het programma tegen moslimdiscriminatie in samenwerking met de Open Society Foundation, volgens het jaarverslag over 2016 om “initiatieven die moslimdiscriminatie in de Nederlandse samenleving tegengaan actief te ondersteunen”. Hoewel de gedragscode van de politie geen enkel onderscheid maakt (ook zichtbare uitingen van andere religies of levensovertuigingen dan de islam mogen niet bij het uniform), vond SDM dit kennelijk toch een kwestie om te ondersteunen in het kader van de “moslimdiscriminatie”.

Op dit blog meldde ik in mei dat SDM mede-organisator was van een “legal expert meeting”, die belegd was door het Amsterdam Centre for European Law and Governance, een instituut van de Universiteit van Amsterdam, in samenwerking met het feministische Clara Wichmann Proefprocessenfonds en het Open Society Justice Initiative.

Op deze bijeenkomst werd gediscussieerd over juridische acties tegen een uitspraak van het Europese Hof van Justitie, die het werkgevers onder strikte voorwaarden toestaat om de hoofddoek op de werkplek te verbieden. Een van de deelnemers aan de juridische brainstorm was Julie Pascoët, senior advocacy officer van het European Network Against Racism (ENAR), waarin de Moslimbroederschap een belangrijke rol speelt. Pascoët was voorheen betrokken bij het Complexe Educatif et Culturel Islamique de Verviers (CECIV), de hulporganisatie Islamic Relief en de Europese studentenkoepel FEMYSO, alle drie verbonden met de Moslimbroederschap.

Tegen de uitspraak van het Europese Hof van Justitie lopen met name organisaties van de Moslimbroeders te hoop. Bij de legal expert meeting was ook een bestuurslid aanwezig van Nida Rotterdam, de islamistische partij die zich sterk maakt voor de toelating van de hoofddoek voor agenten met uniform.

Hoewel SDM volgens Venema neutraal staat tegenover de uitkomst van Izat’s beroepszaak, ondersteunt de Parool-stichting de facto een lobby van de politieke islam. In het verleden verzette Het Parool zich tegen totalitaire stromingen als fascisme en communisme, maar de huidige erfgenamen vinden weerstand bieden tegen het islamisme kennelijk onnodig.

De hardnekkige mythe van de absolute demonstratievrijheid

Door Carel Brendel, 19 november 2017

De vreugde was gisteren groot in de Rest van Nederland. De bussen met deelnemers aan de actie Knock Out Zwarte Piet (KOZP) werden op de A7 bij Joure klemgereden door tegenstanders van hun voorgenomen demonstratie tegen de Sinterklaas-intocht in Dokkum. De blokkade en vertraging betekenden de doodsteek voor het anti-Piet-protest. De loco-burgemeester van Dongeradeel kondigde een noodbevel af, waarop de social justice warriors mokkend omkeerden richting Amsterdam. Met elke boze tweet vanuit de protestbussen groeide het leedvermaak onder “de mensen in het land”.

De alom heersende irritatie over de anti-Piet-drammers en de lol om hun mislukte missie maken de zaak niet minder ernstig. Een door de overheid goedgekeurde demonstratie werd gisteren onmogelijk gemaakt door eigenrichting van burgers. De autoriteiten, die toestemming hadden gegeven voor de KOZP-actie, bleken niet in staat om het toegestane recht op demonstratie te waarborgen.

Wie toestemming geeft voor een straatprotest, moet ook bereid zijn om dit doorgang te laten vinden, ondanks de te verwachten weerstanden. Nog beter was het geweest als de burgemeester van Dongeradeel de KOZP-demo vooraf had verboden in het belang van de kinderen van Dokkum. Wat mij betreft is de demonstratievrijheid groot, maar eindigt die wanneer kleine kinderen in de actie worden betrokken. Dus geen straatprotest tijdens de intocht van Sinterklaas, maar ook geen demonstratie tegen de bouw van islamitische scholen in het bijzijn van schoolkinderen, of (denkbeeldig voorbeeld) manifestaties tegen de multiculturele samenleving op de kinderdag van het Kwakoe Festival in Amsterdam-Zuidoost. Wie zijn punt wil maken, doet dit maar op een plek waar kinderen geen doelwit kunnen worden van het geruzie.

Op Twitter kreeg ik gisteren veel bijval voor mijn suggestie, maar ook bezwaren. Die richten zich op twee punten. Het recht op demonstratie moet altijd voorop staan. Bovendien moeten demonstranten hun punt kunnen maken op de dag en de plek van de zaak waartegen ze zich verzetten. Op beide argumenten valt het nodige af te dingen. Al is het maar via artikel 9 van de Grondwet dat gaat over de vrijheid van vergadering en betoging. Lid 2 van dit Grondwetsartikel zegt: “De wet kan regels stellen ter bescherming van de gezondheid, in het belang van het verkeer en ter bestrijding of voorkoming van wanordelijkheden.”

Op 15 april vond in De Doelen in Rotterdam de Palestinians in Europe Conference plaats, de jaarlijkse bijeenkomst van Hamas-aanhangers in Europa. Burgemeester Ahmed Aboutaleb besloot terecht om dit congres niet bij voorbaat te verbieden, al toonde hij zich stekeblind voor de politieke achtergrond van de organisatoren. De organisatie Christenen voor Israël wilde een stille tocht tegen de conferentie houden, maar Aboutaleb verbood dit omdat hij de veiligheid van de betogers niet kon garanderen. Volgens de burgemeester ontbrak de politiecapaciteit om de demonstratie te begeleiden.

Aboutaleb zei gisteren, als reactie op een “spontaan” anti-Piet-protest op de Erasmusbrug, tegen het Algemeen Dagblad dat zoiets altijd mogelijk moet zijn. “Dit is hun grondwettelijk recht. Als mensen willen demonstreren, dan maken we dit mogelijk. Dat heb ik ook altijd gezegd.’’ Misschien kan Aboutaleb de volgende keer uitleggen wat het verschil is tussen een keurig aangemelde actie van Christenen voor Israël en een niet-aangemelde actie van de anti-Piet-beweging.

Dat het recht op demonstratie nooit absoluut kan zijn, tonen de gebeurtenissen in Den Haag in de zomer van 2014. Burgemeester Jozias van Aartsen zag aanvankelijk geen wettige redenen om betogingen van de Nederlandse jihadfanclub in de Schilderswijk te verbieden. De Haagse politie greep twee keer achtereen niet in tegen antisemitische spreekkoren en intimidatie van omstanders.

Als reactie organiseerde de zeer rechtse actiegroep Identitair Verzet (onder het alias Pro Patria) een “Mars voor de Vrijheid” door de Haagse Schilderswijk. De optocht strandde door het verzet van de straatjeugd. Net als gisteren bij Dokkum maakte eigenrichting van burgers een einde aan een demonstratie waarvoor de overheid vergunning had verleend. Om aan alle escalatie een einde te maken kondigde Van Aartsen vervolgens een tijdelijk verbod af om in woonwijken te demonstreren. Na alle ellende van de voorgaande weken mopperde bijna niemand meer dat dit alles een aantasting betekende van het recht op demonstratie.

Richtlijnen over de plek van de demonstratie zijn gebruikelijk en goed te verdedigen. Vanwege de veiligheid van bezoekende regeringsleiders mochten de tegenstanders van de nucleaire top – ook in 2014 in Den Haag – niet bijeenkomen in een zone rond het congrescentrum. Op het Binnenhof worden alleen kleinschalige demonstraties toegestaan. Grote betogingen vinden plaats op het Malieveld of trekken met een boog rond het regeringscentrum.

In november 2016 verwees de Amsterdamse burgemeester Eberhard van der Laan een Kristallnachtherdenking door de Facebook-groep Stand Up For Israël naar het Jonas Daniel Meyerplein. Van der Laan was bang dat de waardigheid van een Joods verzetsmonument op het Waterlooplein zou worden aangetast als gevolg van mogelijke wanordelijkheden. Stand Up For Israel zag toen af van de herdenking, en bevestigde daarmee de verdenking dat men het monument alleen maar had geclaimd om de omstreden Kristallnachtherdenking door linkse Israël-haters dwars te zitten.

Burgemeesters wijzen ook plekken – liefst in een park of op een bedrijventerrein ver van de binnenstad – aan voor demonstraties van de Nederlandse Volksunie (NVU), van de anti-islam-groep Pegida en voor tegendemo’s van hun “antifascistische” tegenstanders (AFA), al was het om het winkelend publiek te vrijwaren van het geknok tussen de diverse groepen tuig die op deze bijeenkomsten afkomen.

Sommigen vinden overigens dat de absolute vrijheid van demonstratie niet is weggelegd voor Pegida. Onder de leus “Laat Ze Niet Lopen” doen zij alles om Pegida-marsen te stoppen. Maar o wee, als Friese “Pietofielen” de anti-Piet-betogers niet laten lopen. Dan is de vrijheid van demonstratie, die zij anderen ontzeggen, in groot gevaar.

De “absolute demonstratievrijheid” staat ook onder druk in de Amsterdamse binnenstad waar Palestina- en Israël-supporters elkaar figuurlijk en soms letterlijk de tent uitvechten. Steen des aanstoots is “BDS-gekkie” Simon Vrouwe, die in zijn kraampje op de Dam Israëls optreden in Gaza aanvalt met fotoshops uit de Syrische burgeroorlog. Zijn optreden roept tegenkrachten op met als gevolg dat Van der Laan kort voor zijn dood regels heeft opgesteld om het protest in goede banen te leiden. Inmiddels maakt een heel legioen politiemensen en ambtenaren overuren voor een handjevol demonstranten en tegendemonstranten van wie je moeilijk kunt zeggen dat ze nooit de kans krijgen om hun stem te laten horen.

Website Nu.nl meldde in juli dat de twee kampen niet meer tegelijkertijd mogen demonstreren. Wel mogen de betogers om en om hun manifestaties houden op de Dam, mits er geen andere demonstratie of evenement op het plein is. De demonstranten kunnen wel naar andere plekken in de stad uitwijken, maar moeten altijd een afstand van vijftig meter van elkaar houden.

Van der Laan noemde het demonstratierecht “bijkans heilig”, maar om verdere escalatie te voorkomen was volgens hem de grens bereikt. “Als de vrijheid van meningsuiting echter botst met het recht om vrij te zijn van vrees voor discriminatie, haat zaaien of geweld, dan geeft die laatste vrijheid in Amsterdam de doorslag.”

Dat waren mooie woorden van de betreurde burgemeester. Probleem is wel dat het “bijkans heilige” demonstratierecht regelmatig wordt opgeëist door lieden die niets op hebben met de liberale beginselen waarop dit recht is gebaseerd. De democratie kan tegen een stootje en geeft een zekere ruimte aan groepen die haar ondergang willen organiseren. Maar dat betekent niet dat die ruimte oneindig is. Tolerantie is mooi, maar mag niet leiden tot tolerantie van intolerantie.

De nationale en internationale lobby achter de strijd om de politiehoofddoek

Door Carel Brendel, 10 november 2017

Sinds 2011 hanteert de Nederlandse politie de “Gedragscode lifestyle-neutraliteit”, die fungeert als “leidraad voor de gewenste uitstraling voor de gehele Nederlandse politie”. Die code schrijft voor dat politiemensen in contact met het publiek afstand nemen van “zichtbare uiting(en) van (levens)overtuiging; religie; politieke overtuiging; geaardheid; beweging, vereniging of andere vorm van lifestyle, die afbreuk doet aan gezagsuitstraling, neutraliteit en veiligheid van de politiefunctie”.

Ondanks het bestaan van deze gedragscode solliciteerde de 26-jarige Sarah Izat bij de Rotterdamse politie. Toen zij vervolgens de kans kreeg op een functie in contact met het publiek, weigerde Izat zich te houden aan de voor alle politiemensen geldende regels. In plaats daarvan diende ze een klacht wegens vermeende discriminatie in bij het College van de Rechten van de Mens.

In een interview met de Volkskrant trad Izat gisteren voor het eerst naar buiten. Tegen verslaggeefster Nadia Ezzeroili vertelde ze dat ze de eerste Nederlandse agente met een hoofddoek wil worden. Op de tegenstrijdige drogredenen waarmee Izat haar streven onderbouwt, ga ik hier verder niet in. Bart Nijman van GeenStijl demonteerde haar argumenten gisteravond al in een “kloosried”. Lezers van de Volkskrant-website deden hetzelfde via ingezonden brieven.

In een interview met het magazine van de Erasmus Universiteit (april 2015) vertelde Izat dat haar uiteindelijke doel is om de eerste Nederlandse rechter met een hoofddoek wil worden. In een bijdrage op Facebook (screenshot in mijn bezit) in november 2016 zei ze “Holland! You’re next!” in een bericht over de eerste hoofddoekdraagster in het Britse leger.

Izat solliciteerde uiteindelijk niet bij de rechterlijke macht of de krijgsmacht, maar bij de politie. Met haar uitspraken wekt ze echter de indruk dat ze graag als speerpunt wil dienen van een politieke en religieuze lobby, die de neutrale uitstraling van Nederlandse instellingen ongedaan wil maken.

Over die hoofddoeklobby zweeg het Volkskrant-artikel. Ezzeroili stelde ook geen enkele vraag over Izat’s banden met de lokale islamistische partij Nida, waarvan een groot deel van het kader is betrokken bij bewegingen rond de Moslimbroederschap (dawah-centrum De Middenweg, Milli Görüs, pro-Hamas activisten, moskee Ettaouhid). Nida betitelde onlangs de nagestreefde neutraliteit bij de politie als “staatsatheïsme”, maakte de voorstanders uit voor “een stelletje onderdrukkers”, en heeft het in raadsvragen voor Izat opgenomen. “Wij kennen de dame in kwestie,” vertelde NIDA-leider Nourdin el Ouali aan het Algemeen Dagblad. Izat was in 2015 in elk geval betrokken bij een NIDA-activiteit. In mei, in haar allereerste tweet (screenshot in mijn bezit) betitelde Izat de bekende NIDA-activiste Jasmine Foullani als “mijn rolmodel”.

Andere politiek-religieuze krachten die zich sterk maken voor de hoofddoek op de werkplek kwamen evenmin aan bod in het Volkskrant-interview. Deze hoofddoeklobby bestaat zowel op internationaal als op Nederlands niveau.

In Europa loopt deze lobby sinds dit voorjaar te hoop tegen een uitspraak van het Europeees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM), die het werkgevers onder strikte voorwaarden mogelijk maakt om het dragen van een hoofddoek te verbieden. Het verbod mag niet zo maar worden opgelegd, maar moet goed zijn gemotiveerd en in een bedrijfsreglement zijn vastgelegd. Het Europese Hof verklaarde “het doel van een neutrale uitstraling in beginsel legitiem, zeker als het gaat om een functie waarbij sprake is van (veel) contacten met klanten”.

Aangezien de Nederlandse politie de gedragscode heeft vastgelegd en duidelijk heeft gemotiveerd, lijkt Izat’s actie juridisch kansloos, zelfs al zou ze een eerste overwinning boeken bij het College van de Rechten van de Mens, waarvan de uitspraken juridisch niet bindend zijn. Niet voor niets keert de internationale hoofddoeklobby zich daarom krachtig tegen de EHRM-uitspraak.

In deze lobby spelen organisaties van de Moslimbroederschap een centrale rol, wat niet verwonderlijk is omdat ruimte creëren voor de hoofddoek een speerpunt is bij de dawah, het verkondigen van de islam en het herislamiseren van de in Europa levende moslims. Een eerste protest tegen het vonnis werd onder meer ondertekend door het Forum of European Muslim Youth and Student Organisations (FEMYSO, de jongerenorganisatie van de Moslimbroeders), het European Forum of Muslim Women (EFOMW, de vrouwenorganisatie van de Moslimbroeders), het Collectief Tegen Islamofobie in Frankrijk en het Collectief Tegen Islamofobie in België, twee met de Moslimbroederschap verbonden bestrijders van “islamofobie”). De Nederlandse deelnemers (Emcemo, vrouwenvereniging Al Nisa en de Rotterdamse moskeekoepel SPIOR) vormen overigens geen onderdeel van de Moslimbroeders, al zijn er wel enkele raakvlakken bij de twee laatstgenoemde organisaties.

Onderonsje op een OSF-bijeenkomst in Barcelona. Links Linda Sarsour, rechts Julie Pascoët.

Een leidende rol in de Europese campagne is weggelegd voor het European Network Against Racism (ENAR), een antiracistische koepelorganisatie waarin FEMYSO en EFOMW de belangrijkste islamitische deelnemers zijn. Het gezicht van ENAR is Julie Pascoët, secretaris van het Complexe Educatif et Culturel Islamique de Verviers (CECIV), een bolwerk van de Belgische Moslimbroederschap. Pascoët was verder actief voor hulporganisatie Islamic Relief (Moslimbroeders) en bovengenoemde FEMYSO. Tegenwoordig is zij senior advocacy officer bij ENAR met “islamofobie” als belangrijk werkterrein.

In mei berichtte ik over de vorming van een Nederlandse lobby, die brainstormde over het Europese vonnis en ook andere juridische acties voorbereidde. De bijeenkomst was belegd door het Amsterdam Centre for European Law and Governance (ACELG, een instituut van de Universiteit van Amsterdam), het feministische Proefprocessenfonds Clara Wichmann en het Open Society Justice Iniative (OSJI). Uit het briefhoofd blijkt dat ook Stichting Democratie en Media (SDM), dat zichzelf de geestelijke ergenaam noemt van de (zeer seculiere) verzetskrant Het Parool, deel uitmaakte van de organisatie.

Pascoët was een van de sprekers. Aan het woord kwamen ook Nawal Mustafa (Clara Wichmann, Amnesty), Anniek de Ruijter (ACELG, Clara Wichmann), Simon Cox (OSJI), Maryam H’Madoun (OSJI en de Belgische hoofddoekgroep Baas Over Eigen Hoofd) en Jelle Klaas (een Internationale Socialist die tegenwoordig het Public Interest Litigation Project/PILP leidt). Onder het publiek was NIDA-bestuurslid Ali Agayev en een vertegenwoordigster van Al Nisa, waarvan voorzitster Esmaa Alariachi zich eveneens heeft geweerd in de publieke discussie rond de politiehoofddoek.

Izat deponeerde haar klacht bij de Commisise voor de Rechten van de Mens dus niet in een politiek vacuüm, ook al staat niet vast dat haar actie is gecoördineerd met de Nederlandse hoofddoeklobby. Enkele leden ervan reageerden wel enthousiast. Mustafa plaatste op Facebook een “shoutout to my sister” Sarah Izat. Maartje Eigeman, programmamanager moslimdiscriminatie bij SDM, deelde de Facebook-post van Izat met deelnemers aan de brainstorm, onder wie Pascoët, H’Madoun, Klaas, De Ruijter en Agayev. Ook Alariachi en de NIDA-leden Foullani en Yasmina Jennifer Kahsai vernamen het goede nieuws via Eigeman (screenshot in mijn bezit).

SDM-directeur Nienke Venema demonstreerde op Twitter haar sympathie voor de actie van Izat. Op mijn vraag of SDM de juridische acties van Izat financieel steunt heeft ze nog geen antwoord gegeven.

Ondertussen blijf ik verbijsterd dat zichzelf “progressief” en “feministisch” noemende organisaties als SDM, Clara Wichmann en de Open Society Foundations zich sterk maken voor een politiek speerpunt van de Moslimbroederschap.

Geldt uitgangspunt “geloof slachtoffers” ook in het geval van Tariq Ramadan?

Door Carel Brendel, 6 november 2017

Henda Ayari en Tariq Ramadan.

“In de wereld die ik voor ogen heb, bestaat er maar één antwoord: geloof slachtoffers.” Feministe Asha ten Broeke nam afgelopen vrijdag duidelijk stelling in de voortwoedende discussie over seksueel misbruik. Op Facebook kreeg Ten Broeke bijval voor haar “belangrijke column” van Anja Meulenbelt. De schrijfster deelde eerder een interview met haar hartsvriendin Janneke Stegeman.

Ondervraagd door website NieuwWij zei de theologe des vaderlands: “Er moet ruimte zijn voor degenen die hun ervaringen delen, zonder dat iemand vraagt of het wel nu echt zo erg was, zonder alle ‘ja, maar’-dingen. De kern is dat we gaan horen: dit is er gebeurd en het heeft pijn gedaan.” Stegeman hekelde eveneens de “christelijke patriarchale traditie”, die doorwerkt in de discussie over seksueel machtsmisbruik.

Ik ben benieuwd of de – juridisch gezien hachelijke – onvoorwaardelijke steun aan de slachtoffers overeind blijft nu de populaire islamprediker Tariq Ramadan door diverse vrouwen wordt beschuldigd van verkrachting en seksuele intimidatie. Moeten we de schrijfster/activiste Henda Ayari en andere vermeende slachtoffers op hun woord geloven, of is er in dit speciale geval toch sprake van “islamofobie” of zelfs van een “zionistisch complot”?

Meulenbelt heeft de in Rotterdam ontslagen “bruggenbrouwer” altijd te vuur en te zwaard verdedigd tegen aanvallen op zijn islamistische activiteiten en opvattingen. Handhaaft zij deze lijn nu kwetsbare moslimvrouwen mogelijk het slachtoffer zijn geworden van seksuele intimidatie, of komt ze nu met “ja maar dingen”? Het is afwachten geblazen.

“Ja maar,” lijkt in elk geval wel de eerste verdedigingslinie van de Universiteit van Oxford, waar de Zwitserse “islamoloog” een door Qatar betaalde hoogleraarspost bekleedt. Het studentenblad Cherwell berichtte dat Eugene Rogan, directeur van het Midden-Oosten Centrum van de prestigieuze Britse universiteit, tegen verontruste studenten verklaarde dat het in deze kwestie niet alleen om seksueel geweld gaat. “Sommige studenten zien dit als weer een andere manier om te ageren tegen een prominente moslimintellectueel. We moeten moslimstudenten beschermen die hem (Ramadan, CB) geloven en vertrouwen, en dit vertrouwen beschermen.”

De jongste affaire begon op 20 oktober toen Ayari op Facebook openbaarde dat zij door Tariq Ramadan zou zijn verkracht. Uit angst voor represailles had ze jaren lang haar mond gehouden, maar nu vond ze het moment aangebroken om zijn naam te onthullen.

In haar aangifte bij de politie beschuldigde Ayari Ramadan van verkrachting, aanranding, seksueel geweld en intimidatie. De verkrachting zou hebben plaatsgevonden in 2012 in een hotel bij Parijs, waar Ramadan logeerde tijdens een congres van de Union des Organisations Islamiques de France (UOIF), de Franse afdeling van de Moslimbroederschap waarvoor hij regelmatig spreekbeurten gaf.

Ayari is auteur van het boek “J’ai choisi d’être libre” (Ik koos ervoor om vrij te zijn), waarin zij haar levensweg van overtuigd salafiste naar feministisch activiste beschrijft. Daarin geeft ze haar belager de schuilnaam “Zubeyr”. Ayari zou rond 2012 in contact met hem zijn gekomen omdat ze hem raad vroeg over geloofskwesties waar ze mee worstelde. Na enkele Skype-gesprekken spraken ze af op een hotelkamer, waar “Zubeyr” haar omarmde en kuste. Ayari stribbelde in eerste instantie niet tegen, maar voelde zich overrompeld. “Hij maakte misbruik van mijn zwakheid en mijn bewondering voor hem.” Volgens haar boek ging “Zubeyr” door ondanks haar bezwaren. Zij voelde zich zo geïntimideerd dat ze op dat moment en ook in de maanden daarna toegaf en geen klacht durfde in te dienen.”

Met de recente aangifte in het hoofd kost het weinig moeite om de echte naam van “Zubeyr” te herkennen in het boek van Ayari. “Hij blijft lesgeven in de islamitische moraal, poseert als een verlicht filosoof en kalme verdediger van een moderne islam.” Verderop noemt ze hem “een ethicus van de islam.” Met name die laatste aanduiding wijst erop dat Ayari nog voor haar coming out Ramadan op het oog had. Hij is namelijk oprichter en directeur van het Research Center for Islamic Legislation and Ethics (CILE) in Doha, Qatar.

Groepsfoto bij de lancering van CILE in Qatar. Van links naar rechts onder anderen (1) de Amerikaanse hoogleraar John Esposito, (2) toenmalig CILE-adjunct Jasser Auda, (4) Yusuf al-Qaradawi (5) Shaikha Moza Bin Nasser (6) Tariq Ramadan, (7) de Bosnische geestelijke Mustafa Ceric, en (8) Yusuf Islam, de ex-zanger Cat Stevens.

Bij de officiële opening in januari 2012 waren er toespraken van Shaikha Moza Bin Nasser, de tweede vrouw van de toenmalige emir van Qatar, en van Yusuf el-Qaradawi, geestelijk leider van de Moslimbroederschap. Ramadan, die altijd ontkende dat hij onderdeel was van de door zijn grootvader Hassan al-Banna opgerichte beweging, is overigens volgens de biografie op zijn eigen website lid van de door Qaradawi voorgezeten International Union of Muslim Scholars (IUMS).

Na de aanklacht door Ayari stapten andere, tot dusver anonieme, vermeende Ramadan-slachtoffers naar voren. Een nu 45-jarige vrouw zou in 2009 zijn verkracht in een hotel bij Lyon. De Franse krant Le Parisien publiceerde de beschuldigingen van een derde vrouw. Ook zij was vrijwillig naar een hotelkamer gegaan nadat ze advies had gevraagd over geloofszaken. Via de Franstalige tv-zender RTBF meldde zich een vierde vrouw uit België. Ook in haar geval zou een vrijwillig begonnen kennismaking zijn uitgelopen op seksueel geweld.

Zwitserse media hebben zich inmiddels ook op de zaak gestort. Uit zijn woonplaats Genève komt nu het nieuws dat Ramadan in de jaren 80 en 90 van de vorige eeuw minderjarige leerlingen van een middelbare school zou hebben verleid. Volgens hun verklaringen in de Tribune de Genève stemden enkele meisjes in met seks, maar voelden ze zich ook gemanipuleerd en geïntimideerd.

Ramadan ontkent alle beschuldigingen. Hij heeft Ayari aangeklaagd wegens het plegen van smaad via een valse aangifte. Daarnaast heeft hij juridische stappen aangekondigd tegen schrijfster Caroline Fourest wegens “strafbare beïnvloeding van getuigen”. Fourest, een verklaard tegenstander van Ramadan, heeft geschreven dat zij al langer op de hoogte was van diens vermeende seksuele geweld, maar daarover niets kon schrijven zolang de slachtoffers zelf niet naar voren kwamen. De vrouwen zouden contact hebben gezocht met Fourest toen zij in 2009 heftige tv-debatten voerde met Ramadan.

Anders dan Asha ten Broeke geloof ik de slachtoffers niet bij voorbaat. Het politieonderzoek moet uitwijzen of Ramadan zich wel of niet schuldig heeft gemaakt aan seksueel geweld. Het merkwaardige is wel dat deze affaire hem mogelijk meer schade berokkent dan zijn betrokkenheid bij de politieke islam.

Fourest en anderen hebben Ramadan al jaren geleden ontmaskerd als een als linkse progressief poserende islamist, die het stenigen van vrouwen weigert af te keuren en de ideologie van de Moslimbroeders opdient met een pseudo-modern sausje. “Bruggenbouwer” Ramadan bleef een lieveling van internationale media, die voor zoete koek slikten dat hij niets te maken zou hebben met de Moslimbroeders.

Tariq Ramadan kwam nooit ten val door de over hem aangedragen harde feiten. Bizar dat de islamitische ethicus nu mogelijk zal struikelen over zijn eigen morele gedrag.

Wat doet Dyab Abou Jahjah in het netwerk van Stichting Democratie en Media?

Door Carel Brendel, 25 oktober 2017

Wat doet Dyab Abou Jahjah, oprichter van de antisemitische Arabisch-Europese Liga (AEL), in het netwerk van Maartje Eigeman, programmamanager bij Stichting Democratie en Media (SDM), een stichting die zichzelf beschouwt als geestelijk erfgenaam van verzetskrant Het Parool?

Dat vroeg ik me al af in juli, toen Eigeman de Belgische verdediger van terroristische aanslagen in Israël attent maakte op een vacature bij de stichting, die zegt te “investeren in onafhankelijke, kritische media en in een sterke, integere democratische rechtstaat”. Ik vraag het me opnieuw af, want Eigeman heeft Abou Jahjah deze week getagd in een Facebook-bericht over de mogelijkheid om subsidie aan te vragen voor projecten tegen “moslimdiscriminatie”.

Kennelijk denkt men bij SDM dat Abou Jahjah en zijn achterban interessante initiatieven kunnen ontplooien voor de verdediging van een integere democratische rechtsstaat. Dat Hezbollah-fan Abou Jahjah zich inmiddels politiek heeft verbonden met de door de Belgische socialisten geroyeerde Ahmet Koc, een verklaard aanhanger van de Turkse bijna-dictator Erdogan, schijnt daarvoor geen beletsel te zijn.

Eigeman heeft – net als eerder bij de vacature – tientallen mensen getagd om het goede subsidienieuws te verspreiden. Haar netwerk bestaat uit politici, wetenschappers, journalisten, adviseurs, kunstenaars en activisten, voornamelijk werkzaam in de multiculturele sector. Ik hoop dat de meesten van hen het niet zo prettig vinden dat de SDM-programmamanager hen in één adem noemt met Abou Jahjah.

Eigeman stuurde haar boodschap trouwens naar nog enkele mensen van wie het gedrag nogal botst met de verzetstraditie van Het Parool. Op haar lijstje staat bijvoorbeeld Abdou Menebhi, in 2004 spreker op een herdenking van sheik Ahmed Yassin, de oprichter van de antisemitische terreurbeweging Hamas. Volgens de verslagen (“sheikh Ahmed Yassine (sic) herdacht op de DAM”) op actiesite Indymedia sprak Menebhi namens zijn organisatie Emcemo en waren er ook sprekers van Abou Jahjah’s AEL (Nabil Marmouch) en de Internationale Socialisten (Miriyam Aouragh).

Dat brengt ons bij een volgende omstreden figuur in Eigeman’s netwerk: René Danen van de “antiracistische” stichting Nederland Bekent Kleur (NBK), waarvoor ook Yassin-herdenkers Menebhi en Aouragh actief waren. Danen begon in 1992 een jaarlijkse herdenking van de Kristallnacht, de nazi-pogrom tegen Duitse Joden. Na een onderbreking van zes jaar (nasleep van zijn verhitte campagne tegen Pim Fortuyn) blies Danen in 2008 het evenement nieuw leven in. Danen kreeg daarop felle kritiek te verduren. Hij wekte misnoegen door de Kristallnacht politiek te misbruiken, en ook door zijn samenwerking met de extreemlinkse Internationale Socialisten, onder wie Aouragh.

Het misbruik van deze herdenking betekent een gevoelige trap tegen de schenen van de Joodse gemeenschap in Amsterdam. De situatie is er niet beter op geworden sinds schrijfster Anja Meulenbelt zich met de herdenking bemoeit en de moord op Duitse Joden aangrijpt voor pro-Palestijnse activiteiten. Twee jaar geleden financierde SDM de overkomst van het Arabische Knesset-lid Haneen Zoabi. Dit jaar spreekt de in Joodse kring niet bepaald populaire oud-premier Dries van Agt de extreemlinkse herdenking toe. SDM denkt kennelijk dat ook Meulenbelt c.s. werkzaam zijn in de geest van verzetskrant Het Parool.

In mei schreef ik dat SDM brainstormde over proefprocessen om beperkingen op het dragen van de hoofddoek op te heffen. Aanleiding was een uitspraak van het Europese Hof, dat werkgevers onder strenge voorwaarden het recht geeft om de hoofddoek te weren. SDM, Open Society Foundations en de Clara Wichmannstichting organiseerden daarover een “legal expert meeting” bij de Universiteit van Amsterdam. In mijn blog noemde ik de organisaties van de Moslimbroeders die deze hoofddoeklobby mede hebben opgezet.

Onderonsje op een OSF-bijeenkomst in Barcelona. Links Linda Sarsour, rechts Julie Pascoët.

Eigeman heeft diverse deelnemers aan deze bijeenkomst op de hoogte gebracht van de nieuwe subsidieronde. Zo werd de Belgische Julie Pascoët getagd. Zij was voorheen actief bij Islamic Relief (Moslimbroeders) en de Europese jongerenorganisatie FEMYSO (Moslimbroeders) en zit nu in de leiding van de Europese antiracisme-organisatie ENAR, die onder sterke invloed staat van de Moslimbroeders.

Eigeman tagde ook andere deelnemers zoals Nawal Mustafa (Clara Wichmannfonds, Amnesty International), Maryam H’Madoun (Baas Over Eigen Hoofd, Open Society Justice Initiative). Ali Agayev (NIDA Rotterdam), Anniek de Ruijter (Clara Wichmannfonds) en Jelle Klaas (Internationale Socialisten, Public Interest Litigation Project).

In mijn blog over de hoofddoeklobby verbaasde ik me dat zichzelf progressief en feministisch noemende organisaties als SDM, OSF en Clara Wichmann steun verlenen aan initiatieven vanuit conservatief-religieuze hoek. Maar bij SDM verbaas ik me ondertussen nergens meer over, sinds het geestelijk erfgoed van Het Parool is verworden tot een speeltuin voor activisten.

Meer artikelen over Stichting Democratie en Media, ook van andere auteurs, vindt u bij ThePostOnline.

Vertrouweling van Abou Rashed nieuwe leider van Palestijnen in Nederland

Door Carel Brendel, 11 oktober 2017

Ahmad Nourallah (links) in juli tijdens een Palestijnse demonstratie in Rotterdam. Achter de microfoon activist Bob Scholte, beleidsmedewerker van de Haagse Stadspartij.

Vorige maand berichtte ik over de verkiezing van Ahmad Skineh, de leider van de Vereniging van Palestijnse Jongeren (VPJ), tot voorzitter van de stichting Palestijnse Gemeenschap.NL (PGNL). Deze koepelorganisatie van in Nederland wonende Palestijnen zit toch iets ingewikkelder in elkaar dan ik dacht. Skineh blijkt namelijk alleen maar voorzitter van het algemeen secretariaat, een soort ledenparlement van de PGNL.

Afgelopen zondag kwam de PGNL-leiding opnieuw bij elkaar en koos uit haar midden de definitieve voorzitter: Ahmad Nourallah. Net als Skineh is Nourallah een vertrouweling van pro-Hamas-topactivist Amin Abou Rashed. Het drietal was afgelopen april in Rotterdamse verantwoordelijk voor de organisatie van de Palestinians in Europe Conferentie, de jaarlijkse bijeenkomst van Europese Hamas-aanhangers.

Nourallah was de afgelopen maanden nadrukkelijk aanwezig bij allerlei Palestijnse acties. Hij leidde in april ook een bestuursvergadering waarin de vorige PGNL-voorzitter Amer Kaddoura – een zelfverklaard aanhanger van de PLO – werd afgezet. Enkele dagen voor de Palestijnse bijeenkomst had Kaddoura namelijk openlijk verklaard dat het in de Rotterdamse Doelen om een politiek eenzijdige (lees: Hamas) aangelegenheid ging.

Nourallah is bovenal “executive director” van de Europese Al-Wafaa Campaign, een door Abou Rashed opgezette campagne voor Palestijnen in Syrië. Vrijwel alle deelnemende organisaties, waaronder Stichting ISRAA in Rotterdam, zijn onderdeel van het netwerk van Hamas-gezinde humanitaire organisaties in Europa. Abou Rashed zelf maakt eveneens deel uit van het nieuwe PGNL-bestuur. Hij krijgt de portefeuille voor politieke betrekkingen en media.

De afgezette Kaddoura betwist overigens de geldigheid van zijn ontslag. De Kamer van Koophandel gaf hem onlangs gelijk, handhaafde hem als voorzitter en schrapte drie andere bestuursleden, onder wie Nourallah. Deze administratieve overwinning kan echter niet voorkomen dat in de dagelijkse praktijk Hamas-topactivist Abou Rashed aan de touwtjes trekt, mede dankzij de instroom van Palestijnen uit Syrië.