Democratie en Media staat helemaal niet neutraal in de hoofddoekzaak

Door Carel Brendel, 22 november 2017

Groepsfoto met Linda Sarsour tijdens een OSF-bijeenkomst in Barcelona. Links achter Sarsour staat Maartje Eigeman van Stichting Democratie en Media. Helemaal links achter staat Marianne Vorthoren van de Rotterdamse moskeekoepel SPIOR.

De financiering van een video van hoofddoekagente Sarah Izat betekent niet dat Stichting Democratie en Media (SDM) haar actie steunt, zegt directeur Nienke Venema. De stichting beweert dat zij neutraal staat in de uitkomst van de zaak. Een overzicht van de SDM-betrokkenheid bij de hoofddoekkwestie laat zien dat deze bewering zeer twijfelachtig is.

“Stichting Democratie en Media [SDM] laat gelukkig zijn ware aard zien. Samen met de Moslimbroederschap een islamistische agenda uitdragen.” Zo reageerde columniste Annabel Nanninga, sinds kort lijsttrekker in Amsterdam voor het Forum voor Democratie, gisteren op een blog, waarin ik de financiering door SDM – een mediastichting die zichzelf beschouwt als de geestelijke erfgenaam van verzetskrant Het Parool – van een video van hoofddoekagente Sarah Izat onthulde.

SDM-directeur Nienke Venema reageerde boos. “Ik hoop dat u de absurditeit van deze beschuldiging zelf ook kunt inzien. In een sterke democratische rechtsstaat waarin vrijheid en mensenrechten worden geborgen, past een stevige discussie over dit onderwerp.”

Ondergetekende ontving een protestmail van Venema, vanwege een passage waarin ik stelde dat SDM de facto een lobby van de politieke islam ondersteunt door de video van Izat te betalen. Venema: “Het ondersteunen van een discussie over of politieagenten wel of geen hoofddoek zouden moeten kunnen dragen in Nederland en hoe dit zich verhoudt tot de bescherming van fundamentele rechten en vrijheden van individuen in onze samenleving, is iets heel anders dan het ondersteunen van een ‘lobby van de politieke Islam’. Daarmee hebben wij, in tegenstelling tot wat u beweert op uw blog, niets van doen. Wij richten ons op het hooghouden van de democratische rechtsstaat.”

De facto is een Latijnse uitdrukking die “in feite” of “in de praktijk” betekent. Natuurlijk hebben Venema en SDM-programmamanager Maartje Eigeman geen werkvergadering belegd over de vraag “hoe kunnen we de Moslimbroederschap ondersteunen?” In mijn blogs over deze zaak stel ik slechts vast dat meer ruimte scheppen voor de hoofddoek in de seculiere Westerse samenleving en het hameren op vermeende “islamofobie” twee belangrijke actiepunten zijn van islamistische stromingen. Daarnaast heb ik geschreven dat organisaties van de Moslimbroeders een hoofdrol spelen in de Europese lobby rond de hoofddoek op het werk. Door op te trekken met deze groepen ondersteunt SDM in de praktijk een aantal belangrijke doelen van de Moslimbroederschap in Europa.

Helemaal onhoudbaar is Venema’s bewering dat het SDM alleen maar te doen is om de maatschappelijke discussie en dat “SDM zelf neutraal staat tegenover de uitkomst van de zaak”. Het hieronder volgende overzicht laat zien dat deze stelling volstrekt ongeloofwaardig is.

Lees de rest van dit artikel »

Stichting Democratie en Media financierde video van hoofddoekagente

Door Carel Brendel, 21 november 2017

Stichting Democratie en Media (SDM), dat zichzelf beschouwt als de geestelijke erfgenaam van verzetskrant Het Parool, heeft een video gefinancierd, waarin de Rotterdamse politievrouw Sarah Izat uitlegt waarom ze een hoofddoek onder haar uniform wil dragen. Dat heeft SDM-directeur Nienke Venema geantwoord op mijn vraag over eventuele juridische steun aan de agente, die gisteren in het gelijk werd gesteld in een niet bindende uitspraak van het College voor de Rechten van de Mens (CRM). Izat had zich tot dit college gewend omdat zij de gedragscode van de politie, die verbiedt om het uniform te dragen in combinatie met religieuze uitingen, beschouwt als discriminatie.

Izat plaatste de video op 15 november op de Facebook-pagina Diversiteit in Eenheid. In de video zegt Izat dat ze haar zaak heeft aangekaart bij het CRM “omdat ik hoop dat de politie het meeneemt in de herziening van de gedragscode.” Verderop zegt ze: “Als er regeltjes zijn zoals de gedragscode belemmert dat de participatie van vrouwen en dat is doodzonde.” Ze noemt de hoofddoek “een onderdeel” van zichzelf.

Venema, in een reactie per e-mail: “Vanuit het programma tegen moslimdiscriminatie, u wel bekend, heeft SDM een paar weken geleden een bijdrage gedaan aan de video waarin mevrouw Izat haar verhaal en ambities deelt. Mevrouw Izat wil een gesprek aanwakkeren over in hoeverre het beleid van de politie discriminerend werkt jegens vrouwen die er vanwege geloofsoverwegingen voor kiezen een hoofddoek te dragen. SDM heeft geen ‘juridische actie’ gesteund, maar een bijdrage gedaan zodat deze belangrijke discussie plaats kan vinden.

Met het toekennen van financiering aan projecten ondersteunt SDM debat, maar vereenzelvigt zij zich niet met de standpunten die in dit debat aan de orde komen. SDM staat neutraal tegenover de uitkomst van de zaak, maar vindt het belangrijk dat deze discussie over fundamentele rechten en vrijheden in Nederland gevoerd wordt en dan met name door de mensen die er zelf bij betrokken zijn. Dat hoort bij een gezonde vrijheid van meningsuiting die past bij een sterke democratische rechtsstaat.

Op dit moment is er geen sprake van vervolgfinanciering. Mocht er een verzoek komen dat goed past bij de criteria en prioriteiten, dan zal deze in overweging worden genomen. Details over de financiering kunt u in het jaarverslag 2017 vinden.”

SDM startte het programma tegen moslimdiscriminatie in samenwerking met de Open Society Foundation, volgens het jaarverslag over 2016 om “initiatieven die moslimdiscriminatie in de Nederlandse samenleving tegengaan actief te ondersteunen”. Hoewel de gedragscode van de politie geen enkel onderscheid maakt (ook zichtbare uitingen van andere religies of levensovertuigingen dan de islam mogen niet bij het uniform), vond SDM dit kennelijk toch een kwestie om te ondersteunen in het kader van de “moslimdiscriminatie”.

Op dit blog meldde ik in mei dat SDM mede-organisator was van een “legal expert meeting”, die belegd was door het Amsterdam Centre for European Law and Governance, een instituut van de Universiteit van Amsterdam, in samenwerking met het feministische Clara Wichmann Proefprocessenfonds en het Open Society Justice Initiative.

Op deze bijeenkomst werd gediscussieerd over juridische acties tegen een uitspraak van het Europese Hof van Justitie, die het werkgevers onder strikte voorwaarden toestaat om de hoofddoek op de werkplek te verbieden. Een van de deelnemers aan de juridische brainstorm was Julie Pascoët, senior advocacy officer van het European Network Against Racism (ENAR), waarin de Moslimbroederschap een belangrijke rol speelt. Pascoët was voorheen betrokken bij het Complexe Educatif et Culturel Islamique de Verviers (CECIV), de hulporganisatie Islamic Relief en de Europese studentenkoepel FEMYSO, alle drie verbonden met de Moslimbroederschap.

Tegen de uitspraak van het Europese Hof van Justitie lopen met name organisaties van de Moslimbroeders te hoop. Bij de legal expert meeting was ook een bestuurslid aanwezig van Nida Rotterdam, de islamistische partij die zich sterk maakt voor de toelating van de hoofddoek voor agenten met uniform.

Hoewel SDM volgens Venema neutraal staat tegenover de uitkomst van Izat’s beroepszaak, ondersteunt de Parool-stichting de facto een lobby van de politieke islam. In het verleden verzette Het Parool zich tegen totalitaire stromingen als fascisme en communisme, maar de huidige erfgenamen vinden weerstand bieden tegen het islamisme kennelijk onnodig.

De hardnekkige mythe van de absolute demonstratievrijheid

Door Carel Brendel, 19 november 2017

De vreugde was gisteren groot in de Rest van Nederland. De bussen met deelnemers aan de actie Knock Out Zwarte Piet (KOZP) werden op de A7 bij Joure klemgereden door tegenstanders van hun voorgenomen demonstratie tegen de Sinterklaas-intocht in Dokkum. De blokkade en vertraging betekenden de doodsteek voor het anti-Piet-protest. De loco-burgemeester van Dongeradeel kondigde een noodbevel af, waarop de social justice warriors mokkend omkeerden richting Amsterdam. Met elke boze tweet vanuit de protestbussen groeide het leedvermaak onder “de mensen in het land”.

De alom heersende irritatie over de anti-Piet-drammers en de lol om hun mislukte missie maken de zaak niet minder ernstig. Een door de overheid goedgekeurde demonstratie werd gisteren onmogelijk gemaakt door eigenrichting van burgers. De autoriteiten, die toestemming hadden gegeven voor de KOZP-actie, bleken niet in staat om het toegestane recht op demonstratie te waarborgen.

Wie toestemming geeft voor een straatprotest, moet ook bereid zijn om dit doorgang te laten vinden, ondanks de te verwachten weerstanden. Nog beter was het geweest als de burgemeester van Dongeradeel de KOZP-demo vooraf had verboden in het belang van de kinderen van Dokkum. Wat mij betreft is de demonstratievrijheid groot, maar eindigt die wanneer kleine kinderen in de actie worden betrokken. Dus geen straatprotest tijdens de intocht van Sinterklaas, maar ook geen demonstratie tegen de bouw van islamitische scholen in het bijzijn van schoolkinderen, of (denkbeeldig voorbeeld) manifestaties tegen de multiculturele samenleving op de kinderdag van het Kwakoe Festival in Amsterdam-Zuidoost. Wie zijn punt wil maken, doet dit maar op een plek waar kinderen geen doelwit kunnen worden van het geruzie.

Op Twitter kreeg ik gisteren veel bijval voor mijn suggestie, maar ook bezwaren. Die richten zich op twee punten. Het recht op demonstratie moet altijd voorop staan. Bovendien moeten demonstranten hun punt kunnen maken op de dag en de plek van de zaak waartegen ze zich verzetten. Op beide argumenten valt het nodige af te dingen. Al is het maar via artikel 9 van de Grondwet dat gaat over de vrijheid van vergadering en betoging. Lid 2 van dit Grondwetsartikel zegt: “De wet kan regels stellen ter bescherming van de gezondheid, in het belang van het verkeer en ter bestrijding of voorkoming van wanordelijkheden.”

Op 15 april vond in De Doelen in Rotterdam de Palestinians in Europe Conference plaats, de jaarlijkse bijeenkomst van Hamas-aanhangers in Europa. Burgemeester Ahmed Aboutaleb besloot terecht om dit congres niet bij voorbaat te verbieden, al toonde hij zich stekeblind voor de politieke achtergrond van de organisatoren. De organisatie Christenen voor Israël wilde een stille tocht tegen de conferentie houden, maar Aboutaleb verbood dit omdat hij de veiligheid van de betogers niet kon garanderen. Volgens de burgemeester ontbrak de politiecapaciteit om de demonstratie te begeleiden.

Aboutaleb zei gisteren, als reactie op een “spontaan” anti-Piet-protest op de Erasmusbrug, tegen het Algemeen Dagblad dat zoiets altijd mogelijk moet zijn. “Dit is hun grondwettelijk recht. Als mensen willen demonstreren, dan maken we dit mogelijk. Dat heb ik ook altijd gezegd.’’ Misschien kan Aboutaleb de volgende keer uitleggen wat het verschil is tussen een keurig aangemelde actie van Christenen voor Israël en een niet-aangemelde actie van de anti-Piet-beweging.

Dat het recht op demonstratie nooit absoluut kan zijn, tonen de gebeurtenissen in Den Haag in de zomer van 2014. Burgemeester Jozias van Aartsen zag aanvankelijk geen wettige redenen om betogingen van de Nederlandse jihadfanclub in de Schilderswijk te verbieden. De Haagse politie greep twee keer achtereen niet in tegen antisemitische spreekkoren en intimidatie van omstanders.

Als reactie organiseerde de zeer rechtse actiegroep Identitair Verzet (onder het alias Pro Patria) een “Mars voor de Vrijheid” door de Haagse Schilderswijk. De optocht strandde door het verzet van de straatjeugd. Net als gisteren bij Dokkum maakte eigenrichting van burgers een einde aan een demonstratie waarvoor de overheid vergunning had verleend. Om aan alle escalatie een einde te maken kondigde Van Aartsen vervolgens een tijdelijk verbod af om in woonwijken te demonstreren. Na alle ellende van de voorgaande weken mopperde bijna niemand meer dat dit alles een aantasting betekende van het recht op demonstratie.

Richtlijnen over de plek van de demonstratie zijn gebruikelijk en goed te verdedigen. Vanwege de veiligheid van bezoekende regeringsleiders mochten de tegenstanders van de nucleaire top – ook in 2014 in Den Haag – niet bijeenkomen in een zone rond het congrescentrum. Op het Binnenhof worden alleen kleinschalige demonstraties toegestaan. Grote betogingen vinden plaats op het Malieveld of trekken met een boog rond het regeringscentrum.

In november 2016 verwees de Amsterdamse burgemeester Eberhard van der Laan een Kristallnachtherdenking door de Facebook-groep Stand Up For Israël naar het Jonas Daniel Meyerplein. Van der Laan was bang dat de waardigheid van een Joods verzetsmonument op het Waterlooplein zou worden aangetast als gevolg van mogelijke wanordelijkheden. Stand Up For Israel zag toen af van de herdenking, en bevestigde daarmee de verdenking dat men het monument alleen maar had geclaimd om de omstreden Kristallnachtherdenking door linkse Israël-haters dwars te zitten.

Burgemeesters wijzen ook plekken – liefst in een park of op een bedrijventerrein ver van de binnenstad – aan voor demonstraties van de Nederlandse Volksunie (NVU), van de anti-islam-groep Pegida en voor tegendemo’s van hun “antifascistische” tegenstanders (AFA), al was het om het winkelend publiek te vrijwaren van het geknok tussen de diverse groepen tuig die op deze bijeenkomsten afkomen.

Sommigen vinden overigens dat de absolute vrijheid van demonstratie niet is weggelegd voor Pegida. Onder de leus “Laat Ze Niet Lopen” doen zij alles om Pegida-marsen te stoppen. Maar o wee, als Friese “Pietofielen” de anti-Piet-betogers niet laten lopen. Dan is de vrijheid van demonstratie, die zij anderen ontzeggen, in groot gevaar.

De “absolute demonstratievrijheid” staat ook onder druk in de Amsterdamse binnenstad waar Palestina- en Israël-supporters elkaar figuurlijk en soms letterlijk de tent uitvechten. Steen des aanstoots is “BDS-gekkie” Simon Vrouwe, die in zijn kraampje op de Dam Israëls optreden in Gaza aanvalt met fotoshops uit de Syrische burgeroorlog. Zijn optreden roept tegenkrachten op met als gevolg dat Van der Laan kort voor zijn dood regels heeft opgesteld om het protest in goede banen te leiden. Inmiddels maakt een heel legioen politiemensen en ambtenaren overuren voor een handjevol demonstranten en tegendemonstranten van wie je moeilijk kunt zeggen dat ze nooit de kans krijgen om hun stem te laten horen.

Website Nu.nl meldde in juli dat de twee kampen niet meer tegelijkertijd mogen demonstreren. Wel mogen de betogers om en om hun manifestaties houden op de Dam, mits er geen andere demonstratie of evenement op het plein is. De demonstranten kunnen wel naar andere plekken in de stad uitwijken, maar moeten altijd een afstand van vijftig meter van elkaar houden.

Van der Laan noemde het demonstratierecht “bijkans heilig”, maar om verdere escalatie te voorkomen was volgens hem de grens bereikt. “Als de vrijheid van meningsuiting echter botst met het recht om vrij te zijn van vrees voor discriminatie, haat zaaien of geweld, dan geeft die laatste vrijheid in Amsterdam de doorslag.”

Dat waren mooie woorden van de betreurde burgemeester. Probleem is wel dat het “bijkans heilige” demonstratierecht regelmatig wordt opgeëist door lieden die niets op hebben met de liberale beginselen waarop dit recht is gebaseerd. De democratie kan tegen een stootje en geeft een zekere ruimte aan groepen die haar ondergang willen organiseren. Maar dat betekent niet dat die ruimte oneindig is. Tolerantie is mooi, maar mag niet leiden tot tolerantie van intolerantie.

De nationale en internationale lobby achter de strijd om de politiehoofddoek

Door Carel Brendel, 10 november 2017

Sinds 2011 hanteert de Nederlandse politie de “Gedragscode lifestyle-neutraliteit”, die fungeert als “leidraad voor de gewenste uitstraling voor de gehele Nederlandse politie”. Die code schrijft voor dat politiemensen in contact met het publiek afstand nemen van “zichtbare uiting(en) van (levens)overtuiging; religie; politieke overtuiging; geaardheid; beweging, vereniging of andere vorm van lifestyle, die afbreuk doet aan gezagsuitstraling, neutraliteit en veiligheid van de politiefunctie”.

Ondanks het bestaan van deze gedragscode solliciteerde de 26-jarige Sarah Izat bij de Rotterdamse politie. Toen zij vervolgens de kans kreeg op een functie in contact met het publiek, weigerde Izat zich te houden aan de voor alle politiemensen geldende regels. In plaats daarvan diende ze een klacht wegens vermeende discriminatie in bij het College van de Rechten van de Mens.

In een interview met de Volkskrant trad Izat gisteren voor het eerst naar buiten. Tegen verslaggeefster Nadia Ezzeroili vertelde ze dat ze de eerste Nederlandse agente met een hoofddoek wil worden. Op de tegenstrijdige drogredenen waarmee Izat haar streven onderbouwt, ga ik hier verder niet in. Bart Nijman van GeenStijl demonteerde haar argumenten gisteravond al in een “kloosried”. Lezers van de Volkskrant-website deden hetzelfde via ingezonden brieven.

In een interview met het magazine van de Erasmus Universiteit (april 2015) vertelde Izat dat haar uiteindelijke doel is om de eerste Nederlandse rechter met een hoofddoek wil worden. In een bijdrage op Facebook (screenshot in mijn bezit) in november 2016 zei ze “Holland! You’re next!” in een bericht over de eerste hoofddoekdraagster in het Britse leger.

Izat solliciteerde uiteindelijk niet bij de rechterlijke macht of de krijgsmacht, maar bij de politie. Met haar uitspraken wekt ze echter de indruk dat ze graag als speerpunt wil dienen van een politieke en religieuze lobby, die de neutrale uitstraling van Nederlandse instellingen ongedaan wil maken.

Over die hoofddoeklobby zweeg het Volkskrant-artikel. Ezzeroili stelde ook geen enkele vraag over Izat’s banden met de lokale islamistische partij Nida, waarvan een groot deel van het kader is betrokken bij bewegingen rond de Moslimbroederschap (dawah-centrum De Middenweg, Milli Görüs, pro-Hamas activisten, moskee Ettaouhid). Nida betitelde onlangs de nagestreefde neutraliteit bij de politie als “staatsatheïsme”, maakte de voorstanders uit voor “een stelletje onderdrukkers”, en heeft het in raadsvragen voor Izat opgenomen. “Wij kennen de dame in kwestie,” vertelde NIDA-leider Nourdin el Ouali aan het Algemeen Dagblad. Izat was in 2015 in elk geval betrokken bij een NIDA-activiteit. In mei, in haar allereerste tweet (screenshot in mijn bezit) betitelde Izat de bekende NIDA-activiste Jasmine Foullani als “mijn rolmodel”.

Andere politiek-religieuze krachten die zich sterk maken voor de hoofddoek op de werkplek kwamen evenmin aan bod in het Volkskrant-interview. Deze hoofddoeklobby bestaat zowel op internationaal als op Nederlands niveau.

In Europa loopt deze lobby sinds dit voorjaar te hoop tegen een uitspraak van het Europeees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM), die het werkgevers onder strikte voorwaarden mogelijk maakt om het dragen van een hoofddoek te verbieden. Het verbod mag niet zo maar worden opgelegd, maar moet goed zijn gemotiveerd en in een bedrijfsreglement zijn vastgelegd. Het Europese Hof verklaarde “het doel van een neutrale uitstraling in beginsel legitiem, zeker als het gaat om een functie waarbij sprake is van (veel) contacten met klanten”.

Aangezien de Nederlandse politie de gedragscode heeft vastgelegd en duidelijk heeft gemotiveerd, lijkt Izat’s actie juridisch kansloos, zelfs al zou ze een eerste overwinning boeken bij het College van de Rechten van de Mens, waarvan de uitspraken juridisch niet bindend zijn. Niet voor niets keert de internationale hoofddoeklobby zich daarom krachtig tegen de EHRM-uitspraak.

In deze lobby spelen organisaties van de Moslimbroederschap een centrale rol, wat niet verwonderlijk is omdat ruimte creëren voor de hoofddoek een speerpunt is bij de dawah, het verkondigen van de islam en het herislamiseren van de in Europa levende moslims. Een eerste protest tegen het vonnis werd onder meer ondertekend door het Forum of European Muslim Youth and Student Organisations (FEMYSO, de jongerenorganisatie van de Moslimbroeders), het European Forum of Muslim Women (EFOMW, de vrouwenorganisatie van de Moslimbroeders), het Collectief Tegen Islamofobie in Frankrijk en het Collectief Tegen Islamofobie in België, twee met de Moslimbroederschap verbonden bestrijders van “islamofobie”). De Nederlandse deelnemers (Emcemo, vrouwenvereniging Al Nisa en de Rotterdamse moskeekoepel SPIOR) vormen overigens geen onderdeel van de Moslimbroeders, al zijn er wel enkele raakvlakken bij de twee laatstgenoemde organisaties.

Onderonsje op een OSF-bijeenkomst in Barcelona. Links Linda Sarsour, rechts Julie Pascoët.

Een leidende rol in de Europese campagne is weggelegd voor het European Network Against Racism (ENAR), een antiracistische koepelorganisatie waarin FEMYSO en EFOMW de belangrijkste islamitische deelnemers zijn. Het gezicht van ENAR is Julie Pascoët, secretaris van het Complexe Educatif et Culturel Islamique de Verviers (CECIV), een bolwerk van de Belgische Moslimbroederschap. Pascoët was verder actief voor hulporganisatie Islamic Relief (Moslimbroeders) en bovengenoemde FEMYSO. Tegenwoordig is zij senior advocacy officer bij ENAR met “islamofobie” als belangrijk werkterrein.

In mei berichtte ik over de vorming van een Nederlandse lobby, die brainstormde over het Europese vonnis en ook andere juridische acties voorbereidde. De bijeenkomst was belegd door het Amsterdam Centre for European Law and Governance (ACELG, een instituut van de Universiteit van Amsterdam), het feministische Proefprocessenfonds Clara Wichmann en het Open Society Justice Iniative (OSJI). Uit het briefhoofd blijkt dat ook Stichting Democratie en Media (SDM), dat zichzelf de geestelijke ergenaam noemt van de (zeer seculiere) verzetskrant Het Parool, deel uitmaakte van de organisatie.

Pascoët was een van de sprekers. Aan het woord kwamen ook Nawal Mustafa (Clara Wichmann, Amnesty), Anniek de Ruijter (ACELG, Clara Wichmann), Simon Cox (OSJI), Maryam H’Madoun (OSJI en de Belgische hoofddoekgroep Baas Over Eigen Hoofd) en Jelle Klaas (een Internationale Socialist die tegenwoordig het Public Interest Litigation Project/PILP leidt). Onder het publiek was NIDA-bestuurslid Ali Agayev en een vertegenwoordigster van Al Nisa, waarvan voorzitster Esmaa Alariachi zich eveneens heeft geweerd in de publieke discussie rond de politiehoofddoek.

Izat deponeerde haar klacht bij de Commisise voor de Rechten van de Mens dus niet in een politiek vacuüm, ook al staat niet vast dat haar actie is gecoördineerd met de Nederlandse hoofddoeklobby. Enkele leden ervan reageerden wel enthousiast. Mustafa plaatste op Facebook een “shoutout to my sister” Sarah Izat. Maartje Eigeman, programmamanager moslimdiscriminatie bij SDM, deelde de Facebook-post van Izat met deelnemers aan de brainstorm, onder wie Pascoët, H’Madoun, Klaas, De Ruijter en Agayev. Ook Alariachi en de NIDA-leden Foullani en Yasmina Jennifer Kahsai vernamen het goede nieuws via Eigeman (screenshot in mijn bezit).

SDM-directeur Nienke Venema demonstreerde op Twitter haar sympathie voor de actie van Izat. Op mijn vraag of SDM de juridische acties van Izat financieel steunt heeft ze nog geen antwoord gegeven.

Ondertussen blijf ik verbijsterd dat zichzelf “progressief” en “feministisch” noemende organisaties als SDM, Clara Wichmann en de Open Society Foundations zich sterk maken voor een politiek speerpunt van de Moslimbroederschap.

Geldt uitgangspunt “geloof slachtoffers” ook in het geval van Tariq Ramadan?

Door Carel Brendel, 6 november 2017

Henda Ayari en Tariq Ramadan.

“In de wereld die ik voor ogen heb, bestaat er maar één antwoord: geloof slachtoffers.” Feministe Asha ten Broeke nam afgelopen vrijdag duidelijk stelling in de voortwoedende discussie over seksueel misbruik. Op Facebook kreeg Ten Broeke bijval voor haar “belangrijke column” van Anja Meulenbelt. De schrijfster deelde eerder een interview met haar hartsvriendin Janneke Stegeman.

Ondervraagd door website NieuwWij zei de theologe des vaderlands: “Er moet ruimte zijn voor degenen die hun ervaringen delen, zonder dat iemand vraagt of het wel nu echt zo erg was, zonder alle ‘ja, maar’-dingen. De kern is dat we gaan horen: dit is er gebeurd en het heeft pijn gedaan.” Stegeman hekelde eveneens de “christelijke patriarchale traditie”, die doorwerkt in de discussie over seksueel machtsmisbruik.

Ik ben benieuwd of de – juridisch gezien hachelijke – onvoorwaardelijke steun aan de slachtoffers overeind blijft nu de populaire islamprediker Tariq Ramadan door diverse vrouwen wordt beschuldigd van verkrachting en seksuele intimidatie. Moeten we de schrijfster/activiste Henda Ayari en andere vermeende slachtoffers op hun woord geloven, of is er in dit speciale geval toch sprake van “islamofobie” of zelfs van een “zionistisch complot”?

Meulenbelt heeft de in Rotterdam ontslagen “bruggenbrouwer” altijd te vuur en te zwaard verdedigd tegen aanvallen op zijn islamistische activiteiten en opvattingen. Handhaaft zij deze lijn nu kwetsbare moslimvrouwen mogelijk het slachtoffer zijn geworden van seksuele intimidatie, of komt ze nu met “ja maar dingen”? Het is afwachten geblazen.

“Ja maar,” lijkt in elk geval wel de eerste verdedigingslinie van de Universiteit van Oxford, waar de Zwitserse “islamoloog” een door Qatar betaalde hoogleraarspost bekleedt. Het studentenblad Cherwell berichtte dat Eugene Rogan, directeur van het Midden-Oosten Centrum van de prestigieuze Britse universiteit, tegen verontruste studenten verklaarde dat het in deze kwestie niet alleen om seksueel geweld gaat. “Sommige studenten zien dit als weer een andere manier om te ageren tegen een prominente moslimintellectueel. We moeten moslimstudenten beschermen die hem (Ramadan, CB) geloven en vertrouwen, en dit vertrouwen beschermen.”

De jongste affaire begon op 20 oktober toen Ayari op Facebook openbaarde dat zij door Tariq Ramadan zou zijn verkracht. Uit angst voor represailles had ze jaren lang haar mond gehouden, maar nu vond ze het moment aangebroken om zijn naam te onthullen.

In haar aangifte bij de politie beschuldigde Ayari Ramadan van verkrachting, aanranding, seksueel geweld en intimidatie. De verkrachting zou hebben plaatsgevonden in 2012 in een hotel bij Parijs, waar Ramadan logeerde tijdens een congres van de Union des Organisations Islamiques de France (UOIF), de Franse afdeling van de Moslimbroederschap waarvoor hij regelmatig spreekbeurten gaf.

Ayari is auteur van het boek “J’ai choisi d’être libre” (Ik koos ervoor om vrij te zijn), waarin zij haar levensweg van overtuigd salafiste naar feministisch activiste beschrijft. Daarin geeft ze haar belager de schuilnaam “Zubeyr”. Ayari zou rond 2012 in contact met hem zijn gekomen omdat ze hem raad vroeg over geloofskwesties waar ze mee worstelde. Na enkele Skype-gesprekken spraken ze af op een hotelkamer, waar “Zubeyr” haar omarmde en kuste. Ayari stribbelde in eerste instantie niet tegen, maar voelde zich overrompeld. “Hij maakte misbruik van mijn zwakheid en mijn bewondering voor hem.” Volgens haar boek ging “Zubeyr” door ondanks haar bezwaren. Zij voelde zich zo geïntimideerd dat ze op dat moment en ook in de maanden daarna toegaf en geen klacht durfde in te dienen.”

Met de recente aangifte in het hoofd kost het weinig moeite om de echte naam van “Zubeyr” te herkennen in het boek van Ayari. “Hij blijft lesgeven in de islamitische moraal, poseert als een verlicht filosoof en kalme verdediger van een moderne islam.” Verderop noemt ze hem “een ethicus van de islam.” Met name die laatste aanduiding wijst erop dat Ayari nog voor haar coming out Ramadan op het oog had. Hij is namelijk oprichter en directeur van het Research Center for Islamic Legislation and Ethics (CILE) in Doha, Qatar.

Groepsfoto bij de lancering van CILE in Qatar. Van links naar rechts onder anderen (1) de Amerikaanse hoogleraar John Esposito, (2) toenmalig CILE-adjunct Jasser Auda, (4) Yusuf al-Qaradawi (5) Shaikha Moza Bin Nasser (6) Tariq Ramadan, (7) de Bosnische geestelijke Mustafa Ceric, en (8) Yusuf Islam, de ex-zanger Cat Stevens.

Bij de officiële opening in januari 2012 waren er toespraken van Shaikha Moza Bin Nasser, de tweede vrouw van de toenmalige emir van Qatar, en van Yusuf el-Qaradawi, geestelijk leider van de Moslimbroederschap. Ramadan, die altijd ontkende dat hij onderdeel was van de door zijn grootvader Hassan al-Banna opgerichte beweging, is overigens volgens de biografie op zijn eigen website lid van de door Qaradawi voorgezeten International Union of Muslim Scholars (IUMS).

Na de aanklacht door Ayari stapten andere, tot dusver anonieme, vermeende Ramadan-slachtoffers naar voren. Een nu 45-jarige vrouw zou in 2009 zijn verkracht in een hotel bij Lyon. De Franse krant Le Parisien publiceerde de beschuldigingen van een derde vrouw. Ook zij was vrijwillig naar een hotelkamer gegaan nadat ze advies had gevraagd over geloofszaken. Via de Franstalige tv-zender RTBF meldde zich een vierde vrouw uit België. Ook in haar geval zou een vrijwillig begonnen kennismaking zijn uitgelopen op seksueel geweld.

Zwitserse media hebben zich inmiddels ook op de zaak gestort. Uit zijn woonplaats Genève komt nu het nieuws dat Ramadan in de jaren 80 en 90 van de vorige eeuw minderjarige leerlingen van een middelbare school zou hebben verleid. Volgens hun verklaringen in de Tribune de Genève stemden enkele meisjes in met seks, maar voelden ze zich ook gemanipuleerd en geïntimideerd.

Ramadan ontkent alle beschuldigingen. Hij heeft Ayari aangeklaagd wegens het plegen van smaad via een valse aangifte. Daarnaast heeft hij juridische stappen aangekondigd tegen schrijfster Caroline Fourest wegens “strafbare beïnvloeding van getuigen”. Fourest, een verklaard tegenstander van Ramadan, heeft geschreven dat zij al langer op de hoogte was van diens vermeende seksuele geweld, maar daarover niets kon schrijven zolang de slachtoffers zelf niet naar voren kwamen. De vrouwen zouden contact hebben gezocht met Fourest toen zij in 2009 heftige tv-debatten voerde met Ramadan.

Anders dan Asha ten Broeke geloof ik de slachtoffers niet bij voorbaat. Het politieonderzoek moet uitwijzen of Ramadan zich wel of niet schuldig heeft gemaakt aan seksueel geweld. Het merkwaardige is wel dat deze affaire hem mogelijk meer schade berokkent dan zijn betrokkenheid bij de politieke islam.

Fourest en anderen hebben Ramadan al jaren geleden ontmaskerd als een als linkse progressief poserende islamist, die het stenigen van vrouwen weigert af te keuren en de ideologie van de Moslimbroeders opdient met een pseudo-modern sausje. “Bruggenbouwer” Ramadan bleef een lieveling van internationale media, die voor zoete koek slikten dat hij niets te maken zou hebben met de Moslimbroeders.

Tariq Ramadan kwam nooit ten val door de over hem aangedragen harde feiten. Bizar dat de islamitische ethicus nu mogelijk zal struikelen over zijn eigen morele gedrag.

Wat doet Dyab Abou Jahjah in het netwerk van Stichting Democratie en Media?

Door Carel Brendel, 25 oktober 2017

Wat doet Dyab Abou Jahjah, oprichter van de antisemitische Arabisch-Europese Liga (AEL), in het netwerk van Maartje Eigeman, programmamanager bij Stichting Democratie en Media (SDM), een stichting die zichzelf beschouwt als geestelijk erfgenaam van verzetskrant Het Parool?

Dat vroeg ik me al af in juli, toen Eigeman de Belgische verdediger van terroristische aanslagen in Israël attent maakte op een vacature bij de stichting, die zegt te “investeren in onafhankelijke, kritische media en in een sterke, integere democratische rechtstaat”. Ik vraag het me opnieuw af, want Eigeman heeft Abou Jahjah deze week getagd in een Facebook-bericht over de mogelijkheid om subsidie aan te vragen voor projecten tegen “moslimdiscriminatie”.

Kennelijk denkt men bij SDM dat Abou Jahjah en zijn achterban interessante initiatieven kunnen ontplooien voor de verdediging van een integere democratische rechtsstaat. Dat Hezbollah-fan Abou Jahjah zich inmiddels politiek heeft verbonden met de door de Belgische socialisten geroyeerde Ahmet Koc, een verklaard aanhanger van de Turkse bijna-dictator Erdogan, schijnt daarvoor geen beletsel te zijn.

Eigeman heeft – net als eerder bij de vacature – tientallen mensen getagd om het goede subsidienieuws te verspreiden. Haar netwerk bestaat uit politici, wetenschappers, journalisten, adviseurs, kunstenaars en activisten, voornamelijk werkzaam in de multiculturele sector. Ik hoop dat de meesten van hen het niet zo prettig vinden dat de SDM-programmamanager hen in één adem noemt met Abou Jahjah.

Eigeman stuurde haar boodschap trouwens naar nog enkele mensen van wie het gedrag nogal botst met de verzetstraditie van Het Parool. Op haar lijstje staat bijvoorbeeld Abdou Menebhi, in 2004 spreker op een herdenking van sheik Ahmed Yassin, de oprichter van de antisemitische terreurbeweging Hamas. Volgens de verslagen (“sheikh Ahmed Yassine (sic) herdacht op de DAM”) op actiesite Indymedia sprak Menebhi namens zijn organisatie Emcemo en waren er ook sprekers van Abou Jahjah’s AEL (Nabil Marmouch) en de Internationale Socialisten (Miriyam Aouragh).

Dat brengt ons bij een volgende omstreden figuur in Eigeman’s netwerk: René Danen van de “antiracistische” stichting Nederland Bekent Kleur (NBK), waarvoor ook Yassin-herdenkers Menebhi en Aouragh actief waren. Danen begon in 1992 een jaarlijkse herdenking van de Kristallnacht, de nazi-pogrom tegen Duitse Joden. Na een onderbreking van zes jaar (nasleep van zijn verhitte campagne tegen Pim Fortuyn) blies Danen in 2008 het evenement nieuw leven in. Danen kreeg daarop felle kritiek te verduren. Hij wekte misnoegen door de Kristallnacht politiek te misbruiken, en ook door zijn samenwerking met de extreemlinkse Internationale Socialisten, onder wie Aouragh.

Het misbruik van deze herdenking betekent een gevoelige trap tegen de schenen van de Joodse gemeenschap in Amsterdam. De situatie is er niet beter op geworden sinds schrijfster Anja Meulenbelt zich met de herdenking bemoeit en de moord op Duitse Joden aangrijpt voor pro-Palestijnse activiteiten. Twee jaar geleden financierde SDM de overkomst van het Arabische Knesset-lid Haneen Zoabi. Dit jaar spreekt de in Joodse kring niet bepaald populaire oud-premier Dries van Agt de extreemlinkse herdenking toe. SDM denkt kennelijk dat ook Meulenbelt c.s. werkzaam zijn in de geest van verzetskrant Het Parool.

In mei schreef ik dat SDM brainstormde over proefprocessen om beperkingen op het dragen van de hoofddoek op te heffen. Aanleiding was een uitspraak van het Europese Hof, dat werkgevers onder strenge voorwaarden het recht geeft om de hoofddoek te weren. SDM, Open Society Foundations en de Clara Wichmannstichting organiseerden daarover een “legal expert meeting” bij de Universiteit van Amsterdam. In mijn blog noemde ik de organisaties van de Moslimbroeders die deze hoofddoeklobby mede hebben opgezet.

Onderonsje op een OSF-bijeenkomst in Barcelona. Links Linda Sarsour, rechts Julie Pascoët.

Eigeman heeft diverse deelnemers aan deze bijeenkomst op de hoogte gebracht van de nieuwe subsidieronde. Zo werd de Belgische Julie Pascoët getagd. Zij was voorheen actief bij Islamic Relief (Moslimbroeders) en de Europese jongerenorganisatie FEMYSO (Moslimbroeders) en zit nu in de leiding van de Europese antiracisme-organisatie ENAR, die onder sterke invloed staat van de Moslimbroeders.

Eigeman tagde ook andere deelnemers zoals Nawal Mustafa (Clara Wichmannfonds, Amnesty International), Maryam H’Madoun (Baas Over Eigen Hoofd, Open Society Justice Initiative). Ali Agayev (NIDA Rotterdam), Anniek de Ruijter (Clara Wichmannfonds) en Jelle Klaas (Internationale Socialisten, Public Interest Litigation Project).

In mijn blog over de hoofddoeklobby verbaasde ik me dat zichzelf progressief en feministisch noemende organisaties als SDM, OSF en Clara Wichmann steun verlenen aan initiatieven vanuit conservatief-religieuze hoek. Maar bij SDM verbaas ik me ondertussen nergens meer over, sinds het geestelijk erfgoed van Het Parool is verworden tot een speeltuin voor activisten.

Meer artikelen over Stichting Democratie en Media, ook van andere auteurs, vindt u bij ThePostOnline.

Vertrouweling van Abou Rashed nieuwe leider van Palestijnen in Nederland

Door Carel Brendel, 11 oktober 2017

Ahmad Nourallah (links) in juli tijdens een Palestijnse demonstratie in Rotterdam. Achter de microfoon activist Bob Scholte, beleidsmedewerker van de Haagse Stadspartij.

Vorige maand berichtte ik over de verkiezing van Ahmad Skineh, de leider van de Vereniging van Palestijnse Jongeren (VPJ), tot voorzitter van de stichting Palestijnse Gemeenschap.NL (PGNL). Deze koepelorganisatie van in Nederland wonende Palestijnen zit toch iets ingewikkelder in elkaar dan ik dacht. Skineh blijkt namelijk alleen maar voorzitter van het algemeen secretariaat, een soort ledenparlement van de PGNL.

Afgelopen zondag kwam de PGNL-leiding opnieuw bij elkaar en koos uit haar midden de definitieve voorzitter: Ahmad Nourallah. Net als Skineh is Nourallah een vertrouweling van pro-Hamas-topactivist Amin Abou Rashed. Het drietal was afgelopen april in Rotterdamse verantwoordelijk voor de organisatie van de Palestinians in Europe Conferentie, de jaarlijkse bijeenkomst van Europese Hamas-aanhangers.

Nourallah was de afgelopen maanden nadrukkelijk aanwezig bij allerlei Palestijnse acties. Hij leidde in april ook een bestuursvergadering waarin de vorige PGNL-voorzitter Amer Kaddoura – een zelfverklaard aanhanger van de PLO – werd afgezet. Enkele dagen voor de Palestijnse bijeenkomst had Kaddoura namelijk openlijk verklaard dat het in de Rotterdamse Doelen om een politiek eenzijdige (lees: Hamas) aangelegenheid ging.

Nourallah is bovenal “executive director” van de Europese Al-Wafaa Campaign, een door Abou Rashed opgezette campagne voor Palestijnen in Syrië. Vrijwel alle deelnemende organisaties, waaronder Stichting ISRAA in Rotterdam, zijn onderdeel van het netwerk van Hamas-gezinde humanitaire organisaties in Europa. Abou Rashed zelf maakt eveneens deel uit van het nieuwe PGNL-bestuur. Hij krijgt de portefeuille voor politieke betrekkingen en media.

De afgezette Kaddoura betwist overigens de geldigheid van zijn ontslag. De Kamer van Koophandel gaf hem onlangs gelijk, handhaafde hem als voorzitter en schrapte drie andere bestuursleden, onder wie Nourallah. Deze administratieve overwinning kan echter niet voorkomen dat in de dagelijkse praktijk Hamas-topactivist Abou Rashed aan de touwtjes trekt, mede dankzij de instroom van Palestijnen uit Syrië.

Groeiende rol van Milli Görüs bij jeugdorganisatie Europese Moslimbroeders

Door Carel Brendel, 27 september 2017

Het nieuwe FEMYSO-bestuur. Uiterst links het Nederlandse bestuurslid Hande Taner.

UPDATE: Frans Timmermans ontvangt Moslimbroederjeugd in Europees Parlement

Nederland spreekt opnieuw een woordje mee bij FEMYSO, de jongeren- en studentenorganisatie van de Moslimbroederschap in Europa. Het nieuwe Nederlandse bestuurslid vertegenwoordigt de Turkse islamistische beweging Milli Görüs.

Sinds de opkomst van de politicus Recep Tayyip Erdogan en zijn AK Partij (AKP) worden de banden tussen Turkije en de Moslimbroederschap steeds inniger. Erdogan geldt als de man die het viervingerige Rabia-teken introduceerde als symbool van solidariteit met de Egyptische Moslimbroeders, die in 2013 op het Rabiaplein in Caïro tegen de legercoup protesteerden.

Turkije is tevens de grote steunpilaar van Qatar in het huidige conflict met omringende landen die korte metten willen maken met de Moslimbroeders en hun propagandazender Al-Jazeera. Istanboel was in 2010 de thuishaven van de Mavi Marmara, het vlaggenschip van de met Turkse hulp uitgevaren eerste Hamas-vloot (pdf) richting Gaza.

Istanboel ontwikkelde zich daarnaast tot een soort vergadercentrum van de Moslimbroeders. De laatste jaren komt hier de European Council for Fatwa and Research (ECFR) jaarlijks bijeen onder voorzitterschap van geestelijk leider Yusuf al-Qaradawi. De stad aan de Bosporus is ook het trefpunt van de International Union of Muslim Scholars (IUMS), de organisatie van moslimgeestelijken rond Qaradawi.

Ook de Global Anti-Agression Campaign, een samenwerkingsverband van radicale salafisten en Moslimbroeders, is een welkome gast in Istanboel. Dit voorjaar verzamelden Palestijnen uit alle windstreken zich in de Turkse metropool voor de eerste Palestinians Abroad Conference, een wereldwijde versie van de jaarlijkse Hamas-conferentie in Europa. Istanboel fungeert tenslotte als verzamelplaats van Moslimbroeders in ballingschap. Onder hen bevinden zich ook tot terrorisme geneigde tegenstanders van de Egyptische president Abdel Fattah el Sisi.

Onlangs berichtte ik dat de ECFR enkele nieuwe Turkse leden heeft opgenomen. Na de toetreding van Mustafa Mollaoglu, een Milli Görüs-functionaris die optreedt als moefti van de Oostenrijkse moskeekoepel IGGiÖ, volgde de aanstelling van Ekrem Keles, topman bij Diyanet, het Turkse Presidium voor Godsdienstzaken.

Turkije bemoeit zich op meer fronten van de moslims in Europa. Het Erdogan-regime is een belangrijke gangmaker van de “islamofobie” lobby. De Turkse overheid was in 2016 een van de grote sponsors van een conferentie in Sarajevo, waar allerlei Turkse groepen, zoals SETA (de denktank van de AKP) “islamofobie!” mochten roepen in koor met organisaties uit de kring van de Moslimbroeders.

De leden van het Forum of European Muslim Youth and Student Organisations (FEMYSO), de jongerenorganisatie van de Europese Moslimbroederschap, hoefden niet zo ver te reizen voor hun 21ste algemene vergadering. De studentenorganisatie van Milli Görüs – de Turkse variant van de Moslimbroeders – trad op als gastheer in Keulen. Dat betekende een thuiswedstrijd voor een van de sprekers: Ibrahim el-Zayat, een centrale figuur binnen de Europese tak van de Moslimbroederschap.

El-Zayat is betrokken bij zo’n beetje alle activiteiten van de Euro-Ikhwani. Hij zit in de besturen van vastgoedclub Europe Trust, hulporganisatie Islamic Relief en het Europese Instituut voor Humane Studies (IESH), de onderwijsinstelling van de Moslimbroeders. El-Zayat fungeert daarnaast als een soort scharnier met de Turkse Broeders dankzij zijn huwelijk met Sabiha Erbakan, een zuster van de vroegere secretaris-generaal van Milli Görüs in Duitsland (IGMG).

Ibrahim el-Zayat (links) op het FEMYSO-jubileumgala in Stockholm. Rechts oud-voorzitter Intissar Kherigi, de dochter van de Tunesische politicus Rachid Ghannouchi.

El-Zayat was aan het eind van de vorige eeuw nauw betrokken bij de oprichting van FEMYSO (pdf). Inmiddels is de leiding in handen van een nieuwe generatie Moslimbroeders, maar El-Zayat houdt een warme belangstelling voor zijn geesteskind. Zo was hij in april in Stockholm om het 20-jarig bestaan van FEMYSO mee te vieren.

De ledenlijst leest als een soort Who is Who van de Moslimbroederschap in Europa. Het gaat om vrijwel alle gevallen om jongeren- en andere organisaties van de Federation of Islamic Organisations in Europe (FIOE), ofwel de Europese Moslimbroederschap. De Nederlandse studentenvereniging MashriQ is mogelijk het enige lid dat los van het FEMYSO-lidmaatschap geen andere connecties heeft met de Moslimbroeders.

Lees de rest van dit artikel »

Hamas-aanhang grijpt de macht binnen organisatie Nederlandse Palestijnen

Door Carel Brendel, 19 september 2017

Ahmad Skineh (links) en Amin Abou Rashed tijdens de Turkse betoging in Rotterdam.

MET UPDATE: Kamer van Koophandel handhaaft PLO-aanhanger Amer Kaddoura als voorzitter

De verkiezingen voor een nieuw bestuur van de Palestijnse Gemeenschap.NL (PGNL), de koepelorganisatie van in Nederland wonende Palestijnen, hebben de verwachte uitkomst gekregen. Hamas heeft zijn greep op de hier wonende Palestijnen verstevigd. Afgelopen zondag kwamen de pas gekozen regionale vertegenwoordigers bijeen die uit hun midden een dagelijks bestuur kozen. De nieuwe voorzitter is Ahmad Skineh, een naaste medewerker van Hamas-activist Amin Abou Rashed, die zelf – samen met andere medestanders – is toegetreden als gewoon bestuurslid.

Skineh is de voorman van de Vereniging van Palestijnse Jongeren (VPJ), die in januari 2016 werd opgericht met steun van Abou Rashed en de Council for Palestinian European Relations (CEPR), een frontorganisatie van Hamas. Namens de CEPR was Mazen Kahel, een van de leiders van de politieke lobby van Hamas in Europa, aanwezig bij de lancering

Skineh steunde Abou Rashed bij de fondsenwerving voor de Palestijnse hulpstichting ISRAA. Het duo trok ook samen op in juli 2016 bij de betoging in Rotterdam tegen de mislukte coup en vóór president Erdogan. Skineh was in mei 2016 een van de oprichters van de PGNL. Kort daarna werd Skineh leider van het voorbereidend comité van de Palestinians in Europe Conference, beter bekend als de Hamas-conferentie.

Deze conferentie zorgde voor de nodige verdeeldheid in de Palestijnse gelederen. De eerste PGNL-voorzitter Amer Kaddoura, een zelfverklaard aanhanger van PLO-oprichter Yasser Arafat, werkte aanvankelijk enthousiast mee aan de voorbereiding van het evenement. In het voorjaar van 2017 ging hij opeens dwarsliggen. Vlak voor de conferentie kwam hij met een verklaring waarin hij “Abou Rashed en zijn meute” aanviel en beschuldigde van het organiseren van “conferenties van verdeeldheid en één kleur”. Wat burgemeester Ahmed Aboutaleb en minister Stef Blok glashard ontkenden, kwam onverwacht uit de mond van een direct betrokkene. De Palestijnse bijeenkomst in De Doelen was een Hamas-conferentie. Binnen een week werd Kaddoura door zijn medebestuurders ontslagen en werden nieuwe bestuursverkiezingen uitgeschreven. De achtergronden beschreef ik uitvoerig in een vorig blog.

De twee andere dagelijkse bestuurders zijn allebei ingenieur en in de afgelopen jaren vanuit Syrië naar Nederland gekomen. Vice-voorzitter is Hussein Ali Rashdan, terwijl Ali Hamada als algemeen secretaris zal optreden.

Abou Rashed, de grote man bij talloze PGNL-activiteiten, neemt genoegen met een plaats in het algemeen bestuur. Daar zit hij samen met Ahmad Nourallah, eveneens een centrale figuur bij de voorbereiding van de Hamas-conferentie. Nourallah is volgens zijn Facebook-account executive director van de Al-Wafaa Campaign, de door Abou Rashed geleide Europese Hamas-campagne ter ondersteuning van Palestijnen in Syrië. Nourallah en Abou Rashed waren de Nederlandse bezoekers van de Palestinians Abroad Conference in Istanboel, een wereldwijde versie van de Hamas-conferentie.

Nourallah regelde in april het ontslag van Kaddoura, en werd daarin bijgestaan door Amjad Rahal en Saher Hasiba, die eveneens terugkeren als PGNL-bestuurder. Rahal was tevens lid van het mediacomité van de Palestinians in Europe Conference.

Een andere steunpilaar voor Abou Rashed in het vernieuwde bestuur is Adnan Abou Adass, voorman van de Palestijnse Werkers en tevens betrokken bij Het Palestijnse Huis en de organisatie van konvooien voor Gaza. In totaal telt het nieuwe PGNL-bestuur twaalf leden.

Met zo veel vrienden in het bestuur kan het eigenlijk niet meer misgaan voor Hamas-activist Abou Rashed. Tenzij de weggewerkte PLO-sympathisant Kaddoura met een beroep op de rechter de nieuwe verkiezingen alsnog ongeldig weet te verklaren.

ISRAA-delegatie in Libanon met (v.l.n.r.) Rob Groenhuijzen, Adnan Abou Adass, Amin Abou Rashed en een onbekende deelnemer.

UPDATE (6 oktober): Amin Abou Rashed en zijn pro-Hamas-vrienden mogen dan de uitgeschreven verkiezingen hebben gewonnen, volgens de Kamer van Koophandel is de ontslagen PLO-aanhanger Amer Kaddoura nog steeds voorzitter van Stichting Palestijnse Gemeenschap.NL. Collega-blogger Kees Broer nam een kijkje in het handelsregister en ontdekte dat Kaddoura sinds 17 augustus de enige PGNL-bestuurder is. Drie volgelingen van Abou Rashed – Ahmad Nourallah, Nabil Abbas en Eiad Atalla – werden uit het bestuur geschrapt.

Het is nog onduidelijk wat de praktische gevolgen van deze beslissing zijn. De twee Facebook-groepen van PGNL zijn nog steeds in handen van de pro-Hamas-groep. Terwijl Kaddoura thuis van zijn Pyrrhus-overwinning geniet, is Abou Rashed onderweg in Libanon voor een humanitaire missie van Stichting ISRAA, een andere Palestijnse stichting uit zijn netwerk. Voorzitter van ISRAA is tegenwoordig Rob Groenhuijzen, voormalig lid van stadsguerillagroep Rode Jeugd, die sinds enkele jaren is toegewijd aan de Palestijnse zaak in het algemeen en die van Hamas in het bijzonder.

Amsterdamse ISIS-propagandist mag al drie jaar zijn gang gaan

Door Carel Brendel, 28 augustus 2017

Rienksma roept volgers op om zich aan te sluiten bij Telegram-kanaal StaatsNieuws. De foto is van ISIS-leider Abu Mohammad Al-Adnani.

Al drie jaar kan de Amsterdamse salafist Keith Rienksma ongehinderd zijn gang gaan met het verspreiden van propaganda voor de Islamitische Staat. De hoofdstedelijke anti-terreur-recherche is sinds het voorjaar van 2016 op de hoogte van zijn bezigheden. Misschien kan de vraag waarom Rienksma niet wordt aangepakt worden meegenomen in het komende spoeddebat over de aanpak van radicalisering in Amsterdam.

Het heeft een tijdje geduurd maar eindelijk heeft ook stadskrant Het Parool ontdekt dat de Amsterdamse bekeerling Keith Rienksma alias Abdullah West al vele jaren optreedt als propagandist van de Islamitische Staat. “Uit onderzoek van Het Parool” nota bene zou blijken dat Rienksma, vrijwilliger bij de salafistische El Tawheed Moskee, in nauw contact staat met Nederlandse jihadisten en andere terreurverdachten.

In een interview met Het Parool vertelde Rienksma dat hij Nederland graag in een kalifaat ziet veranderen. Rienksma erkende ook het delen van gewelddadige jihadfilms met instructies voor terroristen. Ook bevestigde hij zijn contacten met Raoul A., een in Suriname aangehouden terreurverdachte.

Dat Rienksma optreedt als ISIS-propagandist is beslist geen ontdekking van Het Parool. Op 14 januari 2017 al schreef NRC-journalist Andreas Kouwenhoven dat Rienksma “op internet een centrale rol speelt bij de verspreiding van jihadistische propaganda”. Kouwenhoven schreef verder dat Rienksma optreedt als beheerder van (de inmiddels verdwenen) Facebook-pagina De Zuivere Aanbidding, “een pagina die terreurbeweging Islamitische Staat steunt”.

Parool-verslaggevers Maarten van Dun en Rasit Elibol waren ook niet de eersten die Rienksma tot een interview wisten te bewegen. In januari sprak Kouwenhoven al met hem. Rienksma vertelde hem dat hij “in plaats van de wapens op te pakken, ISIS steunde van achter zijn toetsenbord”.

Dat De Zuivere Aanbidding als Nederlands steunpunt van ISIS fungeerde, was dus geen ontdekking van Het Parool en evenmin van NRC Handelsblad. In maart 2016 bracht Bart Olmer van de Telegraaf het nieuws dat Baraa Ahmad, een van de beheerders van de Facebook-pagina, zich had aangesloten bij ISIS. Ahmad was op de Nederlandse terreurlijst geplaats. Voor zijn vertrek was Ahmad betrokken bij de vrijwilligersactiviteiten van El Tawheed, waar hij samen met Rienksma kinderfeestjes organiseerde.

Als de Parool-verslaggevers wat beter hadden opgelet, dan hadden ze het nieuws over Rienksma al in december 2015 kunnen publiceren in plaats van hun “onthullingen” in augustus 2017 per trekschuit te bezorgen. Op 12 december 2015 schreef ik op mijn blog namelijk al over de propagandistische activiteiten van “Keith R./Abdullah West”.

Lees de rest van dit artikel »