Nederlandse politiek ontdekt salafisme, Britten worstelen met Moslimbroeders

Door Carel Brendel, 19 december 2015

Image449

UPDATE: Moslimbroeders lopen te hoop tegen salafismeverbod

Het salafisme is “hot” als onderliggende ideologie achter de terreur van ISIS. Een Kamermeerderheid zoekt naar een verbod op salafistische organisaties. Maar is dit wenselijk? Ideeën laten zich niet verbieden. Recente rechtspraak benadrukt de vrijheid van meningsuiting. En wie bepaalt wat salafisme is? En waarom wel de salafisten verbieden en niet de Moslimbroeders, die nu in Engeland de kwaaie pier zijn omdat hun doeleinden haaks staan op de Britse waarden en veiligheid? Zelf zou ik eerder pleiten voor een verbod op onnozelheid onder politici en journalisten.

Opgeschrikt door de aanslagen in Parijs ontdekt de Nederlandse politiek wat al vele jaren in AIVD-rapporten staat. Het salafisme, een hedendaagse politieke ideologie die ruimschoots put uit de veronderstelde oertijd van de islam, vormt op de langere termijn een bedreiging voor de democratische samenleving.

Dat de gevolgen op korte termijn evenmin vallen te onderschatten meldden de gleufhoeden vorig jaar. Het groeiende dawah-salafisme vormt een ideale kweekvijver voor het jihadisme, meent de AIVD, ook al wijzen vooraanstaande salafisten de jihadgang af. De waarschuwingen van “gematigde” salafistische leiders als Suhayb Salam en Rachid Nafi konden echter niet verhinderen dat sinds 2012 honderden jongeren in de ban van ISIS en Jabhat Nusrah raakten en naar Syrië vertrokken.

Bij een Kamerdebat dienden Ahmed Marcouch (PvdA) en Ockje Tellegen (VVD) in november een motie in voor een onderzoek naar de mogelijkheid om salafistische organisaties te verbieden. Hun voorstel kreeg een ruime Kamermeerheid. Minder publiciteit kreeg een CDA-motie om salafisten bij de krijgsmacht te weren. Een verstandig besluit want tegenstanders van onze democratische rechtsorde, of het nu salafisten, trotskisten, neonazi’s of extremistische dierenactivisten zijn, geef je geen wapens in handen om het land te verdedigen.

Deze week nam de Kamer nieuwe moties aan, onder meer om salafistische predikers te weren uit asielzoekerscentra – privé-terrein waar religieuze ijveraars niets te zoeken hebben. Kamerbrede steun was er voor een motie om niet meer samen te werken met salafistische organisaties en geen subsidies meer te verlenen. Dat betekent dus dat de vrolijke gratis-Koran-in-de-lucht-steker Jozias van Aartsen moet stoppen met de verstrekking van gele hesjes aan de shariapolitie/vrijwilligers van As-Soennah.

Heel goed dus dat onze politici wakker worden, al heb ik wel mijn twijfels en bedenkingen bij de meest vergaande maatregel, een verbod van salafistische organisaties. Ideeën laten zich namelijk moeilijk verbieden. Strafbare gedragingen daarentegen kunnen nu al worden aangepakt. Wat dat betreft is het vonnis in de jihadzaak leerzaam. De leden van de Haagse groep van thuisblijf- en uitreisjihadisten zijn niet veroordeeld voor het huldigen van ideeën – zelfs het sympathiseren met ISIS is niet strafbaar – maar voor opruiing en voor concrete activiteiten, gericht op de deelname van jongeren aan de jihad in Syrië.

“Het salafisme is een antidemocratische machtsideologie,” stelde Marcouch gisteren op de opiniepagina van de Volkskrant. Hij noemde talloze argumenten voor de ideologische bestrijding van het salafisme. Het moet inderdaad afgelopen zijn met het knuffelen van salafistische leiders door gezagsdragers als Van Aartsen, Pieter Broertjes en Rob van Gijzel.

Gezien de uitspraak van de Haagse rechter in de jihadzaak verwacht ik echter dat er geen juridisch draagvlak valt te vinden voor een verbod van het salafisme. Onwenselijke, gevaarlijke of ondemocratische ideeën betekenen niet dat clubs als de Nederlandse Volksunie of de Nieuwe Communistische Partij Nederland gelijk worden verboden. Dat gebeurt pas als deze organisaties stelselmatig strafbare feiten begaan.

Fouad el Bouch spreekt op een betoging van de groep rond De Ware Religie.

Fouad el Bouch spreekt op een betoging van de groep rond De Ware Religie.

Fouad el Bouch, gisteren Marcouch’ tegenstrever in de Volkskrant, is overigens zelf een treffend voorbeeld van de vloeiende grens tussen “gewoon” dawah-salafisme en jihadi salafisme. Op 21 december 2013 liet de prediker, bekend onder het alias “Abou Hafs”, zich door de Haagse extremisten strikken als spreker op hun betoging voor “moslimgevangenen” onder wie Sharia4Belgium-leider Fouad Belkacem. Op beelden van de bijeenkomst voor de Belgische ambassade staat El Bouch achter een geel bord met de tekst “Eén Staat” en luistert onbewogen naar de opruiende toespraken van de vorige week veroordeelde Azzedine Choukoud en Oussama Chanou en de pro-ISIS en Al- Qa’ida-leuzen van hun aanhang. Wat hij daar hoorde weerhield hem er niet van om later zelf het woord te voeren voor de Marokkaanse ambassade.

El Bouch heeft dus gelijk als hij in de Volkskrant zegt dat er geen afgebakende definitie bestaat van salafisme, die kan worden toegepast bij een eventueel verbod. Gelden de teruggetrokken en de wereld mijdende niet-politieke salafisten ook als gevaarlijk? En hoe zit het met de overgangszone tussen salafisme en Moslimbroeders? Nationaal en internationaal vindt er flink wat kruisbestuiving plaats tussen beide richtingen van de politieke islam. Daaraan is geen einde gekomen door de politieke ruzie tussen de duo’s Q. en Q (Qatar en Qaradawi) en S. en S. (Saoedi-Arabië en salafisme). Dezer dagen zien we bijvoorbeeld dat sjeiks van de Moslimbroeders welkom zijn bij de Saoedisch gefinancierde en als salafistisch ingeschaalde Al-Fourqaan moskee in Eindhoven.

Terwijl in Nederland nu alle aandacht uitgaat naar het salafisme, worstelt het Verenigd Koninkrijk met de Moslimbroederschap (MB). In de afgelopen decennia werd Engeland een verzamelplaats van activisten die uitweken voor de dictatoriale regimes in het Midden-Oosten. De Federation of Islamic Organisation in Europese (FIOE), de overkoepelende organisatie voor Europa, streek er neer om later voor het betere lobbywerk naar Brussel te verhuizen. De vastgoedpoot Europe Trust zit nog steeds in Engeland, plus een heel scala van moskeekoepels, stichtingen, denktanks en vooral organisaties ter ondersteuning van Hamas. Dankzij het organisatievermogen van zijn activisten kreeg de MB een grote vinger in de pap binnen de Britse islam.

De Britse premier David Cameron vroeg in april 2014 om een onderzoek naar de beweging. Als onderzoeker stelde hij Sir John Jenkins aan, voormalig ambassadeur in Saoedi-Arabië, samen met Charles Farr, directeur-generaal van de Britse NCTV. Met name de bemoeienis van Jenkins was voor tegenstanders van het onderzoek aanleiding om zijn bevindingen bij voorbaat af te wijzen als politiek gestuurd vanuit Saoedi-Arabië; of vanuit de Verenigde Arabische Emiraten, die zo’n beetje alle organisaties van de Moslimbroederschap op een terreurlijst hebben gezet.

Afgelopen week publiceerde Cameron de voornaamste bevindingen (pdf). Jenkins concludeert dat de beweging ondanks het publiekelijk afzweren ervan nooit radicaal afstand heeft genomen van geweld en terreur. Hij noemt onder meer de consequente steun aan Hamas, ook voor zelfmoordaanslagen en aanvallen op burgers. Jenkins constateert het hardnekkige antisemitisme in deze kring. Afkeuring van de aanslagen van 11 september gaat hand in hand met de verspreiding van complotverhalen.

Ibrahim Hewitt (rechts) en de huidige Labour-leider Jeremy Corbyn in 2013 tijdens een bezoek aan Gaza.

Ibrahim Hewitt (rechts) en de huidige Labour-leider Jeremy Corbyn in 2013 tijdens een bezoek aan Gaza.

Farr onderzocht de vele Britse organisaties, waaronder diverse hulporganisaties die inzamelen voor Hamas. Hij zet vraagtekens bij de bereidheid van de MB de integratie te bevorderen. Nog steeds verspreidt de beweging als ideologie dat de westerse samenleving vijandig staat tegenover moslims en dat moslims afstand en autonomie moeten bewaren. Hij noemt het voorbeeld van een leider van Hamas-steunfonds Interpal, (Ibrahim Hewitt), die de doodstraf voor homoseksualiteit en het stenigen wegens overspel openlijk steunde.

De onderzoekers: “Samenwerking met de MB is soms mogelijk gemaakt door wat een gemeenschappelijke agenda lijkt tegen Al Qaida en militant salafisme. Maar die samenwerking hield geen rekening met de steun van de MB voor een verboden terroristische groep (Hamas) en de opvattingen over terrorisme, die in werkelijkheid nogal verschillen van de onze. Aspecten van de ideologie en de tactiek van de Moslimbroederschap, in dit land en overzee, staan haaks op onze waarden en gaan in tegen onze nationale waarden en onze veiligheid.” Leest u even mee, Lodewijk Asscher?

Jenkins en Farr noemen de Britse Moslimbroederschap geen terroristische organisatie. Ze pleiten niet voor een verbod. Maar het gevolg van hun rapport zal wellicht toch zijn dat de Britse overheid stopt met het aanprijzen van de Moslimbroeders als “gematigde” voorbeeldmoslims.

In Nederland is het nog niet zo ver. In hun wanhoop over het jihadisme omarmen onze gezagsdragers alles als “gematigd” zo lang het maar ISIS afkeurt. Integratieminister Asscher lijkt na een korte periode van krachtige uitspraken helemaal terug bij af, en laat zich inpakken door dezelfde religieuze belangenorganisaties die hij een jaar geleden nog wilde aanpakken (Zie de voortreffelijke column gisteren van Nausicaa Marbe in de Telegraaf). Naïeve politici vertrouwen de deradicalisering toe aan moslimleiders die een paar jaar geleden nog omstreden predikers als Haitham al-Haddad en Khalid Yasin naar Nederland haalden.

Als we dan toch verbieden, dan heb ik liever een verbod op onnozelheid van politici en journalisten.

UPDATE (21 december): Direct nadat Marcouch en Tellegen hun salafisme-motie indienden, suggereerden volgers in mijn Twitter-tijdlijn dat het voorstel vooral was bedoeld om het de Moslimbroeders naar de zin te maken door hun grote concurrent uit te schakelen. Al binnen enkele dagen bleek deze suggestie onhoudbaar. Op 30 november kwamen personen en organisaties uit beide stromingen van de politieke islam met een gezamenlijke verklaring, waarin een mogelijk verbod “gevaarlijk” werd genoemd en “haaks op onze rechtstaat die de vrijheid van vereniging, de vrijheid van godsdienst en godsdienstbeleving beschermt”.

De Moslimbroeders zijn beslist niet blij met het onderzoek naar een mogelijk verbod van salafistische organisaties. Vanuit hun oogpunt hebben ze gelijk, want stel dat het onderzoek aan het licht zou brengen dat er een grond is voor een verbod, dan rijst direct de vraag waarom salafisten wel en de Moslimbroeders niet het onderwerp zijn van een dergelijke maatregel.

Afgelopen vrijdag bij debatcentrum Argan in een vraaggesprek met Volkskrant-journaliste Janny Groen “nuanceerde” Marcouch overigens zijn motie: “Ik ben niet voor een verbod van het salafisme. Zo’n verbod zou heel salafistisch zijn. Ik heb zware kritiek op die politieke machtsideologie, maar ik geloof in een vrije, open samenleving. Ideeën moet je bestrijden met betere ideeën in het publieke debat. Tegelijk wil ik dat het OM salafistische organisaties waar haat wordt gepredikt, waar activiteiten plaats vinden die strijdig zijn met de wet aanklaagt bij de rechter, met als eis: ontmantelen.” Dat komt in elk geval dichter bij het nu al geldende principe, dat je ideeën niet kunt verbieden, maar wel kunt optreden tegen strafbare activiteiten. (Verslagen bij Republiek Allochotonië en bij antropoloog Martijn de Koning).

De Moslimbroeders zijn er niet gerust op. “Een verbod op salafisme is een verbod op islam!” is de titel van een conferentie op 27 december in De Middenweg, het dankzij Nieuwsuur bekende Rotterdamse dawah-centrum van de beweging. Met uitzondering van De Koning komen alle deelnemers uit de hoek van de Moslimbroederschap: Gespreksleider Noureddine Steenvoorden, de prominente bekeerling Nourdeen Wildeman, de Rotterdamse politicus Nourdin el Ouali en tenslotte Remy Soekirman, een salafistische prediker uit de brede grenszone met de Moslimbroederschap.