Pim tegen de rest van de wereld

Door Carel Brendel, 27 maart 1995

PIM FORTUYN verheugt zich nu al op de slechte recensies van zijn nieuwe boek. De eigenzinnige ondernemer/wetenschapper uit Rotterdam-Zuid rekent in het najaar op een kritische ontvangst van De verweesde samenleving, waarin hij zal pleiten voor een krachtig herstel van de normen en waarden in Nederland. “Ik hoop dat het boek flink afgekraakt wordt in de bekende circuits.’

Gezien de reputatie van Fortuyn lijkt de vervulling van deze wens verzekerd. Prof. dr Wilhelmus S.P., zoals hij zich tegenwoordig noemt, is een controversieel denker. Door enkelen, onder wie Pim zelf, wordt hij bewonderd als mogelijk redder van het vaderland; gevestigde opiniemakers hebben hem daarentegen afgeschreven als ‘karikatuur van zichzelf’.

Hoe dan ook, Fortuyn (47) bewandelt een opmerkelijke levensweg. De katholieke jongen uit Kennemerland doet eind jaren zestig van zich spreken als leider van een bezetting aan de Vrije Universiteit (VU). In 1972 wordt hij wetenschappelijk medewerker voor marxistische sociologie bij de Groningse hoogleraar Ger Harmsen. Fortuyn verrijkt de wetenschap met dissertaties over Mao en Lenin en bestudeert Bakoenin en Trotski. Weldra zoekt hij zijn heil meer in het ‘revisionisme’ van de PvdA.

Fortuyn adviseert de partij bij het opstellen van Schuivende Panelen, maar schuift zelf vervaarlijk weg van het socialistische gedachtengoed. De partij van Wim Kok zit niet te wachten op deze dwarsligger. Verbitterd bedankt hij in 1988 als lid. Voor zijn ideeen vindt hij een geschikter platform in het behoudende weekblad Elsevier. Vorig weekeinde verscheen hij zelfs als spreker op de jaardag van het Oud-Strijders Legioen (OSL) van Prosper Ego. Van Marx-ist tot Ego-ist, dat is zo te zien wel een heel radicale ommezwaai.

Om elk misverstand te voorkomen, zijn spreekbeurt bij de houwdegens betekent niet dat Fortuyn de OSL-denkbeelden onderschrijft. “Ik ben onafhankelijk in letterlijke zin’, zegt de bijzonder hoogleraar arbeidsvoorwaarden aan de Erasmus Universiteit. “In mijn jongste column in Elsevier doe ik een rechtstreekse aanval op de koningin, die zich op ongehoorde wijze heeft laten mengen in de interne zaken van het CDA. Lubbers heeft de majesteit overal in betrokken en daardoor is de constitutionele monarchie ondergraven. Dat zullen de OSL’ers niet graag lezen. Bij die mensen zit het Wilhelmus in de genen.’

Eigenlijk vindt hij zichzelf niet zo veranderd sinds hij als jeugdig marxist de strijd aanbond met de vastgeroeste structuren van de VU. Hij mag zich dan nu laten voorrijden door een particulier chauffeur, nog altijd is Fortuyn een provocerende outsider, die geniet van een scherp debat en met groot plezier de heiligste huisjes omver schopt. Een zekere nostalgie klinkt door als de ondernemer terugdenkt aan zijn wilde jaren.

“We pleegden een soort jongensprotest, waarin we ons vrijmaakten van voorgeschreven normen en waarden. Wij hadden het over wormen en maden. Het was een verzet tegen drukkende voorschriften. De elite en de wetenschap steunden de oorlog in Vietnam en wij jongeren veroordeelden dat geweld. Daar heb ik nooit spijt van gehad. We doorbraken ook knellende banden op het terrein van de seksualiteit. Zo ontdekte ik mijn eigen homoseksualiteit.

“De buitenwereld nam die bezettingen bloedserieus, voor ons was het gewoon een gezellige boel met feesten en cabaret. Wat wil je nog meer als jong mens. Mijn generatie rekende af met de vorige, maar zelf heeft ze nooit opgetreden als vader voor de volgende lichting, als handhaver van collectieve normen en waarden. Daarvoor moet ik de hand in eigen boezem steken.’

Zelfs in zijn linksigheid was Fortuyn eigenwijs. Hij zag weinig in de animo waarmee sommige studenten zich uitleverden aan de CPN. Deze studenten voerden een lastercampagne tegen ‘renegaat’ Harmsen – ‘de Navo-professor’ – en ook zijn assistent Fortuyn kreeg een laag modder over zich heen. “Deze kleine clubs bestreden elkaar harder dan de klassevijand. In dat opzicht hadden ze veel weg van de gereformeerde kerken. Toch spreken bepaalde inzichten van Marx mij nog steeds aan. Zoals de enorme invloed van de economische structuur op de cultuur en de bovenbouw van de samenleving. De vreemdelingenhaat zou lang niet zo groot zijn bij een volledige werkgelegenheid. Dan zouden we het land een beetje vol vinden. Met de werkloosheid komt er een diepe emotie bij, ziet men de vreemdelingen als bedreiging. Zet veel mensen in een hok en geef ze niets te doen, dan gaan ze vanzelf op elkaar letten. Zo simpel werkt het.’

Fortuyn, woonachtig in een stukje ‘goudkust’ van de arme wijk Feijenoord, verwijt de PvdA dat ze te weinig oog heeft gehad voor deze problemen. “Tien jaar lang hebben ze ‘t verdomd om de discussie aan te gaan. Nu zijn wijken als Feijenoord een tijdbom geworden. Laten we eerst de problemen oplossen die er zijn, zorgen dat de zestig nationaliteiten in deze wijk hier integreren. Daarvoor helpt maar een ding: maak arbeid goedkoop en flexibel.’

De ondernemende wetenschapper heeft zo zijn eigen doelwitten. Premier Kok noemt hij consequent Meneer Niks. “Schandelijk dat deze man als integer bekend staat. Voor zijn ommezwaaien heeft hij nooit verantwoording afgelegd. Met 8,5 miljard bezuinigingen de verkiezingen ingaan en dan leider worden van een kabinet dat 18,5 miljard wil bezuinigen, te gek voor woorden. Hetzelfde verhaal met de WAO, de koppeling, het vreemdelingenbeleid. Bij Kok zie ik een constante lijn: hij is een kei in het werken aan zijn eigen carriĆØre.’

Wie deugt er dan wel? In elk geval niet PvdA-voorvrouw Karin Adelmund. “Zij heeft als vakbondsbestuurder stelselmatig elke modernisering tegengehouden. Ze is rechtstreeks verantwoordelijk voor de rotzooi bij de arbeidsvoorziening. Hoe durft ze haar mond nog open te doen?’

PvdA-ondernemer en -intellectueel Arie van der Zwan dan, qua belangstelling en activiteiten toch een verwant type? “Van die man ga ik over mijn nek. Hij begint over fraude als een gezin bijklust om wat perspectief te krijgen. Als pa een avondje gaat behangen of moe interieurverzorgster wordt zodat ze hun zoontje een paar Nikes kunnen geven of een volkstuintje kunnen houden. Van der Zwan criminaliseert in-goede vaders en moeders als fraudeurs. Een man die zelf geen middel schuwt om zich te verrijken. Hij is de duurst betaalde hoer van Den Haag: 700.000 gulden pakte hij bij Volmac zonder enige prestatie.’

Zitten Pims vrienden dan bij het CDA? “Christus zou ze uit de tempel jagen. Zij hebben de hele vervlakking laten gebeuren, hun eigen programma niet serieus genomen, de kleinschaligheid in het onderwijs om zeep geholpen.’

Het mildst, voor zover mogelijk, is Fortuyn voor de VVD. “Met Bolkestein heb ik een kameraadschappelijke relatie, al ben ik beslist niet zijn adviseur. Ook hij doet te weinig aan de gefossiliseerde situatie, de verstrengeling van politiek en ambtenarij. Maar binnen het bestel is hij de moedigste.

“Nee meneer, ik hoor nergens bij en dat kan niet in dit land. Zo kwam ik niet door de voorselectie bij mijn sollicitatie voor het burgemeesterschap van Haarlem. Wegens onvoldoende politiek profiel, nou vraag ik u. Van Kemenade bedoelde dat ik geen lid ben van een politieke partij. Die beperking betekent dat slechts 300.000 Nederlanders in aanmerking kunnen komen voor belangrijke politieke en ambtelijke functies. Nederland wordt zo een elitedictatuur.’

Met Wilhelmus S.P. als rumoerige minderheid. “Mark Kranenburg van NRC Handelsblad mag me dan een karikatuur noemen, maar hij jat wel mijn ideetjes. Wie nodigt hem uit? Voorlopig heb ik honderd zaaloptredens per jaar.’

(Bron: Algemeen Dagblad, 27 maart 1995)