De profeet krijgt erkenning

Door Carel Brendel, 6 oktober 1995

DE JAREN ZESTIG zijn als een orkaan over Nederland getrokken, maar in een opzicht is het land onveranderd: het conformisme is soms verstikkend.

Als je niet meedoet aan het kringgesprek op de kleuterschool, je politieke programma niet laat doorrekenen door het Centraal Planbureau, op het verkeerde merk sportschoenen aan het voortgezet onderwijs deelneemt, in de Tweede Kamer een origineel idee verkondigt en verzuimt gelijk daarbij het passende kostenplaatje af te leveren, of zonder geldige reden als autoloos burger door het leven gaat, in alle gevallen kun je rekenen op de meewarige en afkeurende blikken van je directe omgeving.

In dit door grijze muizen gedomineerde land zijn lieden met afwijkende meningen een verademing. Zo’n tegendraads type is de Rotterdamse wetenschapper prof. Pim Fortuyn. Afgelopen donderdag presenteerde hij zijn jongste boek: De verweesde samenleving. Achtergrond van en oplossingen voor de huidige normen- en waardenproblemen.

Zelf rekende Fortuyn bij voorbaat op negatieve recensies van gevestigde opiniemakers. Maar de ontvangst tot dusver is opvallend welwillend. De auteur pendelt van het ene tv-programma naar het andere. Jarenlang was hij met zijn harde kritiek op de politieke cultuur en de ambtelijke technocratie een roepende in de woestijn, maar de profeet lijkt nu eindelijk gehoor te krijgen bij het volk van Nederland.

Het Haagse perscentrum Nieuwspoort was uiteraard uit den boze voor de feestelijke boekdoop. Fortuyn vond een passender lokatie in de vorm van Ons’ Lieve Heer op Solder, de voormalige katholieke schuilkerk op de Amsterdamse Wallen – de moeder van alle gedoogzones – niet ver van het Damrak – onze nationale patatboulevard. De genodigden konden zo nog eens met eigen ogen zien hoe onze samenleving uit het lood is geslagen.

Een afwijkende denker kiest natuurlijk de ‘verkeerde’ gastsprekers. De leider (Heerma) en ideologisch adviseur (cultuursocioloog prof. Zijderveld) van een ‘afgeschreven’ partij, het CDA; verder oud-bisschop mgr. Ernst en priester Antoine Bodar, vertegenwoordigers van de rooms-katholieke kerk, een instituut, dat eveneens voor talloze Nederlanders voorgoed heeft afgedaan. Pim Fortuyn is na een lange mars door marxisme en PvdA terug bij zijn katholieke roots.

Het CDA en de kerken zijn in de ogen van Fortuyn de organisaties, die weer leiding en richting kunnen geven aan de Nederlandse gemeenschap. In zijn visie is onze samenleving ‘verweesd’ geraakt door de modernisering. De ‘egoistische’ generatie die in de jaren zestig het heft in handen nam en talloze heilige huisjes omverhaalde, heeft verzuimd als opvoeder op te treden voor de volgende lichting. Fortuyn vindt dat er weer vaders nodig zijn om normen en waarden over te dragen, en moeders om de gemeenschap bij elkaar te houden. Het hoeven niet per se biologische vaders en moeders te zijn, aldus Fortuyn. Zijn boek moet niet worden misverstaan als een ongenuanceerd pleidooi voor een herstel van de jaren vijftig.

Het CDA heeft volgens de auteur de opdracht om het normen- en waardendebat aan te zwengelen, maar hij spaart de confessionele politiek niet. Het CDA is voor hem medeschuldig aan de opheffing van kleine scholen, ziekenhuizen en gemeenten en de vorming van grote, onpersoonlijke bureaucratische verbanden. Fortuyns credo: weg met de grootschaligheid, zodat de menselijke maat kan terugkeren in onze maatschappij. De dwarsligger zegt het niet voor het eerst, maar het kan niet vaak genoeg worden gezegd nu politici, vakbondsleiders, wethouders, directeuren van ziekenfondsen en bestuurders van welzijnskoepels mijlenver van hun oorsprong en achterban zijn verdwaald.

Controversieel zijn Fortuyns opvattingen over het vreemdelingenbeleid in ons land. “De vraag of Nederland vol is, dient niet in de eerste plaats te worden gesteld aan de bewoners van middenstandswijken, doorzonwijken en villaparken, maar dient gesteld te worden aan de bewoners van de achterstandswijken.’ Hij pleit voor een restrictieve toelating, maar ook voor drastische maatregelen om de langdurig werkloze onderklasse weer aan de slag te krijgen. Wie Fortuyn etiketteert als ‘reactionair’, omdat hij niet op één lijn staat met de Anne Frankstichting, doet hem beslist geen recht.

Met zijn beschouwingen gaat de hoogleraar ver terug in de vaderlandse geschiedenis en dat leidt in een geval tot een opmerkelijke onthulling over Willem van Oranje: “Na zijn dood nam de opstand met het ontzetten van Leiden en het verdrijven van de Spaanse troepen tijdens het beleg van Alkmaar een keer ten goede.’ Het geeft te denken dat een wetenschapper niet weet dat de Vader des Vaderlands pas tien jaar na Leidens ontzet stierf. Als dank voor de getoonde volharding stichtte hij immers een universiteit in de Sleutelstad. Verderop in het boek klaagt Fortuyn juist dat de schooljeugd niet meer op de hoogte is van de basisfeiten van onze vaderlandse geschiedenis.

Als een controleerbaar feit niet klopt, is wantrouwen op zijn plaats. Maar het zou flauw zijn om Fortuyn enkel en alleen op deze uitglijder neer te sabelen. Nederland heeft een overschot aan slaapverwekkende apparatsjiks en een alarmerend tekort aan eigenwijze cultuurcritici. Met andere woorden: leve Pim!

Pim Fortuyn, De verweesde samenleving, Uitg. Bruna, ƒ 25,00, ISBN 90 229 8158 4.

(Bron: Algemeen Dagblad, 10 oktober 1995)