Bebloede koppen in de PvdA-afdeling Feijerbahce

Door Carel Brendel, 1 februari 2010

De PvdA-afdeling Feijenoord spat uit elkaar als gevolg van een Turkse machtsovername. De deelraad strompelt van affaire naar affaire. Terwijl de partijtop alles uit de kast haalde om integratieboegbeeld Ahmed Marcouch te redden in Amsterdam-West, liet zij de beerput in Rotterdam-Zuid ongemoeid. Opvallend is ook het stilzwijgen van de media. “Misschien heeft Wilders toch wel ergens gelijk”, zegt een teleurgestelde PvdA-veteraan.

Wouter Bos sprak onlangs mooie woorden bij de aftrap van de PvdA-campagne in Rotterdam. In een sneer naar Leefbaar Rotterdam, de grote concurrent in de politieke machtsstrijd aan de Maas, zei de partijleider: “Wij staan niet met bebloede koppen tegenover elkaar, maar schouder aan schouder naast elkaar.”

Deze uitspraak van Bos wordt dezer dagen ontkracht door zijn partijgenoten in de Rotterdamse deelgemeente Feyenoord (70.000 inwoners). Binnen de PvdA-afdeling zijn de spanningen hoog opgelopen. Drie partijgenoten hebben politiebescherming gevraagd, omdat ze zich bedreigd voelen. Het drietal is opgestapt nadat de kieslijst voor de komende deelraadsverkiezingen overhoop was gegooid tijdens een door de Turkse achterban beheerste ledenvergadering.

‘PvdA-politici eisen politiebewaking tegen Turkse collega’s’ kopte het Algemeen Dagblad afgelopen zaterdag (30 januari). Andere media hebben dit opzienbare nieuws echter niet overgenomen. Dat is op z’n minst merkwaardig.

Stel dat drie PVV-raadsleden politiebescherming aanvragen uit angst voor intimiderend gedrag van lokale partijgenoten? Stel dat tien kandidaat-raadsleden van Trots op Nederland zich terugtrekken vanwege conflicten in hun afdeling? Stel dat raadsleden van Leefbaar Rotterdam elkaar vreemde mailtjes sturen en bijna vechtend over straat rollen? Eén ding is zeker. De verslaggevers en cameraploegen zullen zich dan wel verdringen om alle partijruzies tot in de kleinste details vast te leggen.

Aan AD-verslaggever Antti Liukku is het te danken, dat de buitenwereld toch nog kennis kan nemen van het grotendeels langs etnische lijnen lopende conflict onder de socialisten in Feijenoord. De onwil van de andere media om in deze affaire te duiken is een extra reden om een tweede blog hier aan te wijden met meer informatie over de voorgeschiedenis.

De wijk Feijenoord is internationaal bekend door de gelijknamige voetbalclub. Het is van oudsher een ‘prachtwijk’. Aan het eind van de 19de eeuw vestigden zich hier de arbeiders, die emplooi vonden in de snel groeiende havens van Rotterdam. Hun woonwijken werden bijna letterlijk uit de grond gestampt. De huisvesting was slecht, de lonen in het stukgoed schamel. Dankzij het havenproletariaat werd Rotterdam het grote bolwerk van de Partij van de Arbeid.

In de jaren zestig en zeventig klopte op het Afrikaanderplein het hart van de grote havenstakingen. In deze omgeving vonden overigens ook de eerste rassenrellen in het naoorlogse Nederland plaats. Volgepropte pensions met Turkse gastarbeiders werden belegerd door woedende autochtonen, die klaagden over overlast.

‘Op Zuid’, zoals de Rotterdammers zeggen, is het sindsdien onherkenbaar veranderd. Veel autochtonen zijn vertrokken. Hun plaatsen zijn ingenomen door Turken, Marokkanen en vele andere nationaliteiten. Het sterkst verkleurde deel van de deelgemeente is de Afrikaanderbuurt, waar 84 procent van de bevolking allochtoon is.

De verandering is ook zichtbaar in het stadsbeeld door de bouw van de vanwege de reusachtige minaretten omstreden Essalammoskee. Ondanks problemen met de bouw wordt deze moskee toch voltooid, zo meldde onlangs de stedelijke PvdA-wethouder Hamut Karakus.

De problemen in de lokale PvdA-afdeling ontstonden in 2006. In dat jaar maakten de sociaaldemocraten een sterke comeback. In 2002 hadden ze in Rotterdam een zware nederlaag geleden tegen het door Pim Fortuyn aangevoerde Leefbaar Rotterdam. Vier jaar later heroverden ze de macht. Dat was mede te danken aan het grote aantal allochtone stemmen. Leefbaar bleef niettemin een sterke oppositiepartij.

In de deelraad van Feijenoord kreeg de PvdA de absolute meerderheid met 14 van de 21 zetels. Ook hier speelde de etnische factor een doorslaggevende rol. Zes van de veertien socialisten zijn van Turkse afkomst. Een aantal van hen belandde dankzij voorkeurstemmen in de deelraad.

De interne strubbelingen begonnen bij de formatie van een nieuw dagelijks bestuur. Ondanks de ruime PvdA-meerderheid werden de beoogde bestuurders weggestemd in de eerste de beste zitting van de deelraad. Onder de Turkse fractieleden viel het slecht, dat drie autochtonen (voorzitter Dagmar Oudshoorn en de van buitenaf aangetrokken Robbert Baruch en René Kronenburg) waren voorgedragen.

Dat gebeurde in een geheime stemming, waardoor onduidelijk bleef wie de tegenstanders waren. De Turkse fractieleden ontkenden tegenover het AD, dat er sprake was van een georganiseerde ‘Turkse opstand’. “Complete onzin”, reageerde raadslid Serdar Çeçek. “Waarschijnlijk heeft iemand een zondebok nodig.”

Opvallend was dat Baruch de meeste tegenstemmen kreeg, en dat zou volgens de geruchten weer te maken hebben met zijn joodse afkomst. Oudshoorn wilde in het AD niet ingaan op ‘de rondzingende verhalen’. “Er zijn al te veel mensen beschadigd. Voorlopig is er geen draad bewijs.”

De lokale partijtop bemoeide zich met de affaire. Partijleider Peter van Heemst zei zich ‘zeer diep te schamen’ voor het gebrek aan fractiediscipline. Een speciale commissie ging aan de slag. Alle veertien PvdA-raadsleden werden aan de tand gevoeld.

De Rotterdamse redactie van het AD ging op pad om de sfeer te proeven in de Turkse koffiehuizen. Daar stuitte de verslaggever op Yusuf Tahiroglu, voorman van GroenLinks. Volgens hem was de crisis veroorzaakt doordat het beoogde bestuur geen afspiegeling was van de bevolking.

De GroenLinkser deed nog meer opmerkelijke uitspraken. “Zeker acht van de veertien PvdA-zetels zijn te danken aan de Turkse achterban. Sommige vrienden van mij hadden drie stembiljetten: een stem ging naar GroenLinks, twee naar de PvdA.”

De vraag is natuurlijk hoe de vrienden van Tahiroglu aan drie stembiljetten kwamen. Maar niemand nam de moeite om dit uit te zoeken. Bijna alle betrokkenen bleven hardnekkig beweren dat de crisis geen etnische achtergrond had.

PvdA-kopstuk Johan Henderson, voormalig voorzitter van stadsdeel Feijenoord, doorbrak als eerste het stilzwijgen. De totale vertrouwensbreuk binnen de PvdA in Feijenoord was volgens hem wel degelijk gevolg van conflicten tussen Nederlanders en Turken, Henderson op 4 mei 2006 in een door Liukku geschreven bericht: “Je moet debiel zijn om de etnische problemen niet zien aan te komen als je ze keer-op-keer buiten het bestuur houdt.“

Voor scheidend deelraadsvoorzitter Wim Straasheijm viel het belang van het stadsdeel samen met het belang van de PvdA. “Als deze crisis niet wordt opgelost, staat het voortbestaan van de deelgemeente Feijenoord op het spel.”

Vier dagen later was de crisis bezworen. Wie de geheime tegenstemmers waren, werd nooit opgehelderd. De Rotterdamse partijvoorzitter Ocker van Munster had wel een typisch PvdA-compromis bedacht. Aan het dagelijks bestuur werd een allochtoon toegevoegd.

Ook Van Munster bleef volhouden dat er geen sprake was van een Turkse opstand. “De onvrede binnen de fractie was breed. Er zijn tal van mogelijkheden.” Wat dan wel de oorzaak was van de partijcrisis? Antwoord: “De verschillende culturele achtergronden.” Om daar wat aan te doen werden de kemphanen verplicht om een ‘politieke leerschool’ te doorlopen om te werken aan de interne communicatie.

Op 15 mei 2006 werden de drie PvdA-kandidaten alsnog geïnstalleerd. Het driemanschap werd later aangevuld met Gülami Yesildal, een vakbondsbestuurder met een Turkse achtergrond. De rust keerde daarmee niet terug.

In oktober 2007 brak er een landelijk relletje uit binnen de deelraad. Het onafhankelijke (ex-Leefbaar) raadslid Marijke Goedegebuur ergerde zich aan het gedrag van PvdA-raadsleden, die onderling Turks praatten in de raadszaal. De Turken verdedigden zich met de verklaring dat ze alleen maar over de voetbalwedstrijd PSV-Fenerbahce babbelden.

Wouter Bos wekte in de zelfde periode wrevel in een politiek café met de PvdA-leden. Hij zei het een slechte zaak te vinden dat er Turks moet worden gesproken aan de publieksbalie van de deelgemeente. “Ik hoop dat we er over vijf jaar vanaf zijn.“ Zijn Turkse achterban was het hier absoluut niet mee eens.

In november 2008 brak er een heuse bestuurscrisis uit. De deelraad zette twee bestuurders aan de dijk. Baruch raakte in de problemen door conflicten met het opbouwwerk. De PvdA beschuldigde hem van ‘onbeholpen en grof gedrag’. Tegelijkertijd stuurde de raad de slecht functionerende Yesildal weg.

Baruch reageerde furieus, zo staat te lezen in het verslag dat Liukku maakte voor het AD. Volgens Baruch was er sprake van ‘particuliere belangen’ en ‘oude relaties’ tussen bewonersorganisaties, het opbouwwerk en de PvdA. “Het moet in Feijenoord afgelopen zijn met het geneuzel, getrut, nepotisme en cliëntelisme.”

Yesildal was niet aanwezig in de bewuste deelraadszitting. Hij had een maand vrij genomen om persoonlijke problemen op te lossen. Per telefoon werd hij van zijn ontslag op de hoogte gesteld. Ook hij deed tegenover het AD een boekje open over de partijcultuur in Feijenoord: “Iedere PvdA’ er zit in de raad voor de belangen van zijn eigen achterban: een bewonersorganisatie, een allochtone zelforganisatie of een moskee. Raadsleden kwamen gewoon mijn werkkamer binnenlopen en zeiden: zorg dat deze vereniging een nieuwe ruimte krijgt, anders heb je een politiek probleem.”

Yesildal sprak in dit afscheidsinterview van de ‘ziekte van Feijenoord’. “Een van de oorzaken is dat politici met slechts enkele tientallen voorkeurstemmen kunnen worden gekozen tot deelraadslid. En dat zijn juist de mensen die niets toevoegen aan het politieke debat.”

De twee ontslagen bestuurders werden vervangen door één vrouw, Mieke van der Graaf. De ‘ziekte van Feijenoord’ was daarmee niet genezen en kwam in volle omvang aan het licht in december 2009. Tijdens de PvdA-ledenvergadering vond een Turkse coup plaats met verstrekkende gevolgen.

Tientallen Turkse PvdA-leden kwamen voor het eerst opdagen nu de kieslijst voor de komende raadsverkiezingen op de agenda stond. Afdelingsvoorzitter Henderson, die opstapte na een motie van wantrouwen, in het AD-verslag: “Veel van de aanwezige leden heb ik nog nooit gezien. Dit was heel goed voorbereid. Ja, het waren Turken, dat is geen geheim.”

Zeven kandidaten van Turkse afkomst werden naar de top-15 van de lijst gestemd. Dagelijks bestuurder René Kronenberg, volgens velen onderdeel van het Turkse ‘complot’, werd volkomen onverwacht vanaf de zestiende plaats tot lijsttrekker gebombardeerd.

De verliezers waren woedend. Arie van der Ent, van plaats 10 naar plaats 18 gedumpt, noemde het ‘een CPN-achtig geregisseerde coup’. De 75-jarige Jo den Haan kwam met ongehoorde teksten voor een Rotterdamse PvdA’er: “Zo hoeft het van mij niet meer. Het gaat al lang niet meer om het algemeen belang. Als je zoiets ziet, denk je: misschien heeft Wilders toch wel ergens gelijk.”

De Turken ontkenden dat zij hun etnische achterban hadden opgetrommeld. Çeçek beweerde dat mensen op hun kwaliteiten waren gekozen. Kronenberg ontkende overigens niet dat er afspraken vooraf waren gemaakt. Er zou een breed gedeelde onvrede zijn geweest over de lijst van het bestuur. “Ik was ook ontevreden, en dan spreek je natuurlijk met mensen die dat ook zijn.“

Sinds de Turkse machtsovername regent het opzeggingen bij de partij. Oud-machinist en vakbondsman Den Haan, lid sinds de jaren vijftig, hield het voor gezien. Tegenover het AD klaagde hij over ’islamisering van de samenleving’. “Laat ik het zo zeggen: Turken hebben de macht gegrepen en zij hebben een islamitische achtergrond. Het zijn andere PvdA’ers dan vroeger, kijk maar wat ze hebben geflikt… Ik heb me het schompes gewerkt om allochtonen erbij te betrekken. Maar als het echt om integratie aankomt, houden zij de boot af.”

Kort daarna meldde ook campagneleider Erik Schouwink zich af: “Met deze groep is het onmogelijk de verkiezingen in te gaan, laat staan te winnen.” Daarna is de ruzie alleen maar verder geëscaleerd met het eerder genoemde verzoek om politiebewaking als laatste dieptepunt.

Wat zijn de reacties uit de partijtop op dit alles? Nog niet zo lang geleden liepen partijvoorzitter Lilianne Ploumen, partijleider Bos en andere kopstukken de benen uit hun lijf om integratieboegbeeld Ahmed Marcouch te redden in de strijd om het lijsttrekkerschap in Nieuw West. In deze affaire werden de Nederlandse media pas op het laatste moment wakker geschud.

Van de partijleiding is in verband met Feijenoord nog niets vernomen. Ook de stedelijke partijtop is muisstil. Wellicht hoopt men door stilzwijgen te voorkomen dat de media in deze beerput gaan roeren.

Op de lokale site van PvdA Feijenoord is het laatste bericht op 17 januari geplaatst. Tien leden zijn dat weekeinde op pad geweest om te ‘canvassen’ (campagne voeren). Het optimisme werkt vervreemdend: “Velen stemmen PvdA, paar mensen moeten we nog overtuigen. Daar gaan we de volgende keer weer langs. Overall was het beeld erg positief, we hebben weer even voor Feijenoord gescoord!”

Of hebben ze weer even voor Feijerbahce gescoord?