Takiyya? Weg met die term! Het is de façadepolitiek, stupid

Door Carel Brendel, 27 oktober 2010

In het debat over de regeringsverklaring ging het er behoorlijk heftig aan toe tussen gedoger Geert Wilders en de aanvoerders van de linkse oppositie. Tijdens de interrupties (in de officiële spreektekst komt het niet voor) gebruikte de PVV-leider het begrip ‘takiyya’.

Dankzij YouTube kunnen we ongetwijfeld binnenkort het exacte verloop van het debat terugzien. Wat me van gisteravond (26 oktober) vooral is bijgebleven, is enerzijds de naïviteit van de linkse oppositieleiders Job Cohen (PvdA) en Alexander Pechtold (D66), en anderzijds het zeer sombere mensbeeld van Wilders. In zijn ogen weet je van geen enkele moslim nooit helemaal zeker of hij wel de waarheid spreekt. (Aanvulling: Het takiyya-interruptiedebatje staat nu online.)

Er bestaat grote verwarring over wat ‘takiyya’ precies inhoudt. Zelfs over de spelling is men het niet eens. Wikipedia heeft het over ‘takiyya’ of ‘taqqiyya’, (ook gespeld als taqiyya/takiyyah/taqiya/tuqya). Volgens de (niet altijd voor honderd procent betrouwbare) internetencyclopedie staat het begrip voor ‘vrees’ of ‘verdediging’. Het zou gelden als ‘een toegestane gedragsregel in de islamitische traditie van sjiieten, ismaëlieten en druzen om het geloof onder bedreiging of dwang te verbergen’. Deze handelwijze staat moslims toe hun geloof te verbergen als ze worden bedreigd of vervolgd.

“Tegenwoordig wordt taqiyya door sommige moslims breder uitgelegd, zo zou het volgens hen toegestaan zijn om tegen niet-moslims onwaarheden te spreken”, aldus de Nederlandse tekst op Wikipedia. Een discussie woedt er over de vraag of takiyya alleen een sjiitisch concept is of ook door soennieten mag worden toegepast. Dat oeverloze debat laat ik graag over aan de Arabisten en islamologen.

Voor praktische informatie wend ik me liever tot de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD). Zij houdt zich niet bezig met de gewone hardwerkende moslims Ali en Fatima Modaal, maar richt het vizier vooral op groepen en stromingen die direct (via geweld en terrorisme) of indirect en op termijn (door de integratie tegen te werken en langs geweldloze weg de sharia na te streven) onze democratische rechtsorde kunnen ondermijnen.

Een eerste verkenning van radicale en extreme bewegingen deed de AIVD in 2004 met het rapport Van dawa tot jihad. Takiyya komt voor in een voetnoot bij de bespreking van diverse strategieën van de radicale islam. In noot 28 staat letterlijk: “In radicaal-islamitische kringen wordt met betrekking tot heimelijke activiteiten soms verwezen naar het traditionele concept takiyya (‘zijn ware religieuze achtergrond verbergen’). Volgens dit traditionele concept zijn moslims in een niet-moslimomgeving gerechtigd om hun moslim-zijn te verbergen (om bijvoorbeeld vervolging te voorkomen maar ook om heimelijk de strijd tegen de ongelovigen te voeren).”

Drie jaar later kwam de AIVD met een dikker rapport, Radicale Dawa in Verandering, waarin radicale niet-gewelddadige stromingen als het salafisme en de Moslimbroeders nader werden benoemd. Opnieuw hadden de gleufhoeden het over takiyya.

De betreffende alinea staat op bladzijde 45/46 van dit rapport: “Onder salafieten heerst een sterk geloof in anti-islamitische samenzweringen. Dit baseren zij mede op enkele verzen uit de Koran die stellen dat joden en christenen de moslims slecht gezind zijn. Deze vooropgestelde argwaan leidt tot een breed geschakeerd vijandbeeld en in sommige gevallen een zelfgekoesterde slachtofferrol. Het gaat dan om een vijandbeeld dat haaks staat op pogingen vanuit de Nederlandse overheid om tot een dialoog te komen.

Nederlandse salafieten zien pogingen tot een dialoog juist als een schoolvoorbeeld van bewuste bedreiging. Wie de dialoog aangaat met ongelovigen, concessies doet aan de Nederlandse samenleving en dienstbaarheid toont aan het streven tot integratie, wordt volgens de salafieten in zijn geloof bedreigd. Uit zelfverdediging mag men wel contact onderhouden met de vermeende ‘vijanden van de islam’, maar de werkelijke doeleinden en gedachten mogen daarbij nooit aan de niet-gelovigen worden geopenbaard.

Dit verdedigingsmechanisme bouwt voort op een van oorsprong shi’ietisch dogma (takiyya). Dit dogma behelst dat men ter zelfverdediging of verdediging van de religie, wanneer deze bedreigd wordt, een andere religieuze of ideologische identiteit mag aannemen. Een praktisch gevolg van deze redenering is dat salafitische moskeeën in Nederland in contacten met de buitenwereld een façadepolitiek bedrijven: ze verkondigen, indien noodzakelijk, een gematigde en op integratie gerichte boodschap, maar dit is een duidelijk andere dan die men in vertrouwde kring verkondigt.”

Hier zetten we dankzij de AIVD een praktische stap. Van de ongrijpbare theorie en de ingewikkelde theologie belanden we op de vaste grond van de politiek. De politieke of radicale islam heeft immers niet het alleenvertoningsrecht op façadepolitiek. Het is allemaal veel eerder bedacht door revolutionaire stromingen in het Westen, die hun bedoelingen verheimelijkten en een façade opbouwden door middel van ogenschijnlijk neutrale en onschuldige organisaties. De politieke islam heeft deze strategie rechtstreeks overgenomen van het communisme.

Een bekend voorbeeld in ons land was de Communistische Partij Nederland (CPN). Deze partij beschikte over een netwerk van ‘mantelorganisaties’, voorzien van neutrale, althans niet aan de CPN refererende namen, zoals de Nederlandse Vrouwenbeweging (NVB) en de Eenheids Vakcentrale (EVC). Via dergelijke clubs en comités zocht de partij samenwerking met andersdenkenden, of probeerde ze sympathie te winnen voor communistische acties en doeleinden.

Van de NVB en de EVC waren de communistische banden algemeen bekend. Veel mensen wisten echter niet dat bijvoorbeeld het Nederlands Auschwitz Comité vele jaren stevig in communistische handen was. In de geschiedschrijving op de eigen website wordt dit nog steeds verzwegen, maar de werkelijkheid is inmiddels ruim gedocumenteerd door historica Jolanda Withuis.

Waarschijnlijk de succesvolste mantelorganisatie van de CPN was het Comité Samenwerkingsverband Stop de Neutronenbom. Onder leiding van de relatief onbekende CPN-districtsbestuurder Nico Schouten wist dit comité een grote aanhang te verwerven onder kerkelijke vredesactivisten. Het comité haalde 1,1 miljoen handtekeningen op en bracht in maart 1978 50.000 demonstranten op de been. Later kwam aan het licht dat Stop de Neutronenbom op verzoek van Moskou was opgericht en dat de campagnes werden gefinancierd vanuit de communistische DDR. Dankzij dit succes wist de CPN ook grote invloed te verwerven in latere vredesbewegingen.

Extreem-linkse groepen bedrijven nog steeds façadepolitiek. Een micro-voorbeeld daarvan viel afgelopen maandag te zien in de Volkskrant, die een halve nieuwspagina uittrok voor een demonstratie van 300 linkse activisten die ‘Franse toestanden’ willen. Aan het woord kwamen de Rotterdamse filosofiestudent Jeroen van der Starre, organisator van een bezetting aan de Erasmus Universiteit, schoonmaakster Judy Lock en Maina van der Zwan, ‘mede-aanjager van Rekening Retour’. Van der Starre beschreef de bezetting in Socialist, het maandblad van de Internationale Socialisten (IS). Namens de IS bezocht hij onlangs een antikapitalistisch congres in Parijs. Judy Lock werd als stakingsleidster in het zonnetje gezet op het jongste Marxisme Festival van de Nederlandse trotskisten. Zij figureert in zo‘n beetje alle artikelen die Socialist aan de schoonmakersacties heeft besteed. Maina van der Zwan is landelijk coördinator van de IS. Zelfs reaguurders van Joop weten dat deze afkorting staat voor Internationale Socialisten. Het blijft altijd raadselachtig waarom journalisten in dergelijke gevallen niet op de hoogte zijn.

De aanhangers van de politieke islam hebben deze strategie met succes overgenomen. Topsalafist Suhayb Salaam zit achter het neutraal klinkende Instituut voor Opvoeding & Educatie. De Nederlandse Moslimbroeders hebben hun Nederlands Instituut voor Humane Studies. Dat het druk bezochte informatiesite Ontdek Islam is aangesloten bij de Federatie Islamitische Organisaties in Nederland (FION) staat niet op deze website. Het werd door oprichter Onno van der Blom op 22 april 2010 verklapt tegen het Parool.

Landelijk Beraad MarokkanenEen zeer geslaagd staaltje van façadepolitiek was de persconferentie die het Landelijk Beraad Marokkanen (LBM) op 28 maart 2008, de dag na Fitna, belegde in de Ouma-moskee in de Amsterdamse wijk Slotervaart. Achter de tafel (foto) met LBM-voorzitter Mohamed Rabbae zaten vooral voorlieden van de politieke islam, die zich echter niet als zodanig bekend maakten aan de media. De onuitgesproken boodschap was tweeledig: Wij vertegenwoordigen de Nederlandse moslims, en wij houden ze rustig als u ons invloed geeft.

In hun façadepolitiek gaan salafisten en Moslimbroeders nog een stapje verder dan de Internationale Socialisten. Maina van der Zwan zal niet ontkennen dat hij* een hoofdrol speelt bij de IS. FION-voorzitter Yahia Bouyafa blijft echter volhouden dat hij niets met de Moslimbroederschap te maken heeft ondanks alle bewijzen voor het tegendeel. Te veel openheid is niet bevorderlijk voor het verkrijgen van subsidies of het aanknopen van contacten met de politiek en het maatschappelijke middenveld.

De politieke islam heeft geen takiyya nodig voor deze strategie. Het is allemaal bedacht door Lenin. Het is aan de AIVD om dit alles goed in de gaten te houden, zoals de gleufhoeden gewend zijn met andere, niet-islamitische radicale bewegingen.

Takiyya? Weg met die term! It’s the façadepolitiek, stupid!

*Gecorrigeerd op 28 oktober 2010: Maina van der Zwan is niet een zij, maar een hij.