Intimiderende brief aan blogger blijkt bluf van het JMNA-bestuur

Door Carel Brendel, 15 oktober 2012

Stadsdeelvoorzitter Elatik, rabbijn Evers en de Israëlische ambassadeur waren aanwezig bij een door het JMNA georganiseerde vrijwiligersactie op begraafplaats Zeeburg

Waarom heeft de blogger Kees Broer – alias ‘Keesjemaduraatje’ – eigenlijk alle artikelen over het Joods-Marokkaans Netwerk Amsterdam (JMNA) van zijn website verwijderd? Die gedachte kwam bij me op toen ik afgelopen zaterdag kennis nam van een reportage in het Nieuw Israëlietisch Weekblad (NIW). Daarin staat namelijk wat de vasthoudende blogger al vele maanden beweert: de door het JMNA nagestreefde toenadering tussen joodse en Marokkaanse Amsterdammers loopt niet zo lekker als gevolg van interne strubbelingen. Of zoals het joodse opinieweekblad het samenvat: ‘Het JMNA, geroemd als voorbeeld van vruchtbare dialoog, lijkt te veranderen in een club waar in de praktijk weinig plek is voor mensen met een pro-Israëlische houding.”

Broer schreef zich daarover de vingers blauw op zijn website. Als ‘dank’ ontving de klokkenluider een brief namens het JMNA-bestuur. Maar de ‘onjuiste, lasterlijke en grievende uitlatingen’ van de blogger blijken niet helemaal uit de lucht gegrepen, zo komt naar voren uit de NIW-publicatie. De blogger is bovendien niet de enige die vraagtekens zet bij de samenstelling van het bestuur en de besteding van subsidiegelden. Ook oud-JMNA-bestuurder Hadassa Hirschfeld heeft vragen gesteld, bericht het NIW, maar werd met een kluitje in het riet gestuurd. Het weekblad signaleert verder dat Esther Voet, verbonden aan het pro-Israëlische Centrum Informatie en Documentatie Israël (CIDI), niet welkom was als bestuurslid. Dat heeft te maken met de uitgesproken standpunten van het CIDI, zegt JMNA-medevoorzitter Harry van den Bergh. Dat lijkt op het eerste gezicht een deugdelijk argument. Maar waarom was Mohamed Rabbae, lid van het comité van aanbeveling van Stop de Bezetting, de zeer uitgesproken actiegroep van de in joodse kring (en ook ver daarbuiten) verafschuwde Gretta Duisenberg dan wel welkom?

Het Joods-Marokkaans Netwerk is een goed bedoelde creatie uit het tijdperk van burgemeester Job Cohen, die beide groepen bij elkaar wilde houden. Het initiatief ging uit van het Centraal Joods Overleg (CJO). De joodse organisaties maakten zich zorgen over antisemitische incidenten rond de Dodenherdenking. Het leidde tot indringende gesprekken in de ambtswoning van de burgemeester. Aan tafel zaten rabbijnen, jongerenwerkers, buurtvaders en politici met een joodse en Marokkaanse achtergrond. Het ging niet alleen over anti-joodse incidenten, maar ook over de ‘stereotypering en uitsluiting van moslims’. De joodse en Marokkaanse deelnemers smeedden een ‘maatschappelijke coalitie tegen stigmatisering, intolerantie en antisemitisme’. Met een eenmalige subsidie van 20.000 euro (bestemd voor een werkbezoek aan Marokko) en veel optimistische woorden ging het netwerk in februari 2006 van start.

‘Informatie over het netwerk en zijn activiteiten zullen (sic) beschikbaar worden gemaakt via de website www.JMNA.nl ,’ aldus het inleidende persbericht. De door Cohen gelanceerde site is inmiddels uit de lucht, maar dat betekent niet dat het netwerk niets heeft ondernomen. Het JMNA begon zelfs veelbelovend. Het organiseerde zes bijeenkomsten om vooroordelen te bestrijden. Maar geleidelijk werd het stiller rond het netwerk. Dat het niet zo lekker ging met de dialoog, bleek in januari 2009. Tijdens de Gaza-oorlog gingen joodse en Marokkaanse deelnemers aan het JMNA-forum ‘rollebollend over het internet’, meldde Trouw (12 januari 2009). Het joodse bestuurslid Harry Polak riep op tot kalmte, net als zijn Marokkaanse collega Sabi el Moussaoui. Op 12 november van dat jaar berichtte Trouw over nieuwe spanningen. Mohamed Rabbae vond het namelijk ‘onverteerbaar’ dat Geert Wilders steun uit joodse kring kreeg. In april 2010 nam het JMNA in een persverklaring volledig afstand van de PVV.

Rabbae en mede-JMNA’er Erwin Brugmans kondigden later dat jaar de oprichting aan van een ‘interventieteam’ om discriminatie van leden uit beide gemeenschappen aan de orde te stellen. In Amsterdam-Oost gingen jongeren met een Marokkaanse achtergrond aan de slag om een oude joodse begraafplaats op te knappen. Dat alles kon niet verhinderen dat het netwerk zelf opnieuw te maken kreeg met interne spanningen. Discussies over het Israëlisch-Palestijnse conflict liepen, net als tijdens de Gaza-oorlog, gierend uit de rails; op zich niet verwonderlijk want discussies over deze voortslepende en vrijwel onoplosbare kwestie lopen per definitie uit de hand, ook op webfora zonder joden en Marokkanen.

Gangmaker Harry Polak bedankte twee jaar geleden als co-voorzitter, uit ontevredenheid over de gang van zaken. In de besloten Facebook-groep van het JMNA-forum werd hij dit voorjaar zelfs het doelwit van antisemitische opmerkingen. Eerder was medevoorzitter Karima Belhaj al een zuivering begonnen in de Facebook-gelederen. De bemoeienissen van Keesjemaduraatje , vanaf maart dit jaar, maakten de stemming er niet beter op. Iedereen die nog op een of andere manier ‘bevriend’ was met Keesje werd door Belhaj van het JMNA-forum gegooid. Zij vindt het onacceptabel, dat blogger Broer informatie uit een besloten en daardoor ‘veilige’ discussie openbaar heeft gemaakt.

Begin vorige week viel een vijf kantjes tellende advocatenbrief bij hem op de deurmat. De blogger werd gemaand om alle blogs met JMNA-discussies van zijn website te halen en zich voortaan te onthouden van ‘lasterlijke’ aantijgingen. De advocate suggereert namens het JMNA-bestuur dat Broer, in het dagelijks leven ICT’er, het materiaal langs illegale weg heeft verkregen. De brief noemt ook zijn werkgever, en stelt dat zijn gedrag aanleiding zou kunnen zijn voor ontslag.

Dankzij de NIW-reportage blijkt nu dat de brief een behoorlijke dosis bluf bevat. Het sterkste punt van het JMNA-bestuur lijkt nog het feit dat Broer heeft gepubliceerd uit een besloten forumdiscussie. Maar het is de vraag of dit stand houdt in een rechtszaak, gesteld dat het al tot een proces komt. Een groep met tientallen deelnemers kun je moeilijk ‘besloten’ noemen. Bovendien kan Broer aanvoeren dat hij publiceerde uit een maatschappelijk belang, namelijk om de problemen bij het gesubsidieerde JMNA zichtbaar te maken. Schending van de privacy lijkt evenmin het geval, want Broer heeft allerlei directe persoonlijke gegevens van de discussiedeelnemers onzichtbaar gemaakt.

Bluf dus maar ook pure intimidatie, gekoppeld aan een onverholen dreiging met broodroof. Zoiets is nooit leuk. Er dreigt gedoe met dure advocaten. Er kunnen lastige vragen van de werkgever komen. Ik kan me daarom voorstellen dat deze intimidatie werkt. Broer zette vorige week zijn artikelen over het JMNA tot nader order in de wachtstand. Maar dankzij de NIW-publicatie heeft hij mogelijk weer moed gevat. Vanmiddag heeft Keesje namelijk 24 blogs over het JMNA opnieuw online gezet.