Geert Wilders grootste hinderpaal voor normaal debat over de islam

Door Carel Brendel, 10 april 2013

Image341

Met een zekere goede wil kon je de Partij voor de Vrijheid beschouwen als een ‘klokkenluiderspartij’ – een partij die problemen onder de aandacht brengt waar andere politieke partijen geen aandacht voor hebben. Geert Wilders c.s. toonden – al was het op een schrille en vaak onaangename manier – oog voor de zorgen onder de bevolking over diverse onderwerpen zoals de islam en de criminaliteit onder bepaalde groepen jongeren. Als gevolg van de eigen kopvoddenretoriek kwam de PVV in 2010 ondanks een grote verkiezingsoverwinning niet verder dan een gedoogrol in het kabinet-Rutte-I. Na de snelle val van het gedoogbouwwerk raakte de partij geestelijk nog dieper verstrikt in de negatieve spiraal, waarin ze al voor die tijd was beland. Na het zogenaamde ‘Marokkanendebat’ en het daaropvolgende opiniestuk van partijleider Wilders en Joram van Klaveren, woordvoerder in het veelbesproken debat, stel ik vast dat de PVV de grootste sta-in-de-weg is geworden bij de aanpak van de zelf aangekaarte kwesties.

De PVV vroeg vorige week zelf om uitstel van het omstreden debat, omdat het pas op een laat tijdstip zou beginnen. Bij de hoofdelijke stemming hierover waren slecht vier van de vijftien fractieleden aanwezig. En dat voor een debat dat door de PVV zelf maanden lang als heel belangrijk was aangemerkt. Voor Wilders is het bij nader inzien een zegen dat slechts een klein aantal nachtbrakers en politieke junkies wakker bleef. Het geeft hem namelijk de gelegenheid om voor zijn eigen fans een volslagen karikatuur te schetsen van het debat.

De andere partijen hadden moeite met de generaliserende titel van het ‘Marokkanendebat’, maar de ogen sluiten voor de realiteit – de sterke aanwezigheid van jongeren van Marokkaanse afkomst in lijstjes rond misdaad en overlast – deden ze allerminst. De tijd dat PvdA-burgemeesters rapporten over criminele Marokkaanse jongeren diep in een la wegstopten, ligt ver achter ons. Minister Lodewijk Asscher gaf rustig en weloverwogen antwoord. Ook hij manifesteerde zich beslist niet als probleemontkenner. Ook van zijn bijdrage aan het debat schetsen Wilders en Van Klaveren een zwaar vertekend beeld. Het debat ontplofte in hun gezicht, stelde politiek journalist Bas Paternotte terecht vast.

Voor de eigen aanhang blijft Wilders zich echter profileren als de miskende ziener, die geen gehoor krijgt voor zijn dringende waarschuwingen. Sinds alle kansen op regeringsdeelname voor de PVV zijn verkeken, doet hij dat nog schriller en onaangenamer. “Het moet dus anders. Het is tijd voor repressie van Marokkaans tuig. Het is tijd voor de aanpak van de grootste ziekte die ons land de afgelopen eeuw heeft gekend, de islam.” Ik ben niet de eerste en ook niet de enige die vaststelt, dat het terreurregime tijdens de Bezetting van 1940-1945 – toen 100.000 Joodse landgenoten op grond van hun afkomst werden vermoord – voor Wilders en Van Klaveren kennelijk niet de grootste ziekte van de afgelopen eeuw is.

In zijn jongste stuk gaat Wilders weer een stapje verder dan in eerdere artikelen en toespraken door het geloof van enkele honderdduizenden Nederlanders als ‘ziekte’ te kwalificeren. Hij weet dat hij hiermee een vrijwel algemene afkeer wekt. Vervolgens kan hij tegenover zijn hardcore aanhangers weer net doen alsof zijn onwelgevallige opinies niet worden geduld door de politiek correcte ‘Gutmenschen’. “Op dit moment zie ik meer radicalisering bij de PVV dan binnen de gemeenschap van Nederlandse moslims,” schrijft publicist Bart Schut. Hij is auteur op Joop.nl, maar zeker geen policorrecte wegkijker als het gaat om de islam.

De opmerking over islam als ‘ziekte’ is onderdeel van een duister mengsel dat de PVV brouwt als het gaat om religie en criminaliteit. Wilders en Van Klaveren proberen daarbij, zowel in het debat als in hun artikel, het rapport Gastarbeid en Kapitaal van de SP te kapen. In deze brochure kaartte deze partij in 1983 als een van de eersten de moeizame integratie van islamitische immigranten uit Marokko en Turkije aan. Maar de toenmalige maoïsten gooiden islam en criminaliteit beslist niet op één hoop. Ze legden niet de eendimensionale verbanden, die we inmiddels van de PVV zijn gewend.

Aan het slot van hun artikelen blijkt dat Wilders en Van Klaveren verdwalen in de zelf gecreëerde mist rond beide onderwerpen. Ik tel aan het slot negen maatregelen die de overheid volgens hen moet nemen om de ‘ziekte’ islam uit te roeien. Acht ervan slaan alleen op het criminele gedrag van jonge Marokkanen, dat overigens nu al voldoende kan worden aangepakt, als de Nederlandse overheid genoeg haar best doet. Alleen het laatste voorstel – een immigratiestop voor mensen uit islamitische landen heeft iets met de islam te maken. Hier verkoopt Wilders een vrijwel lege huls. Nederland kent immers nu al twee regimes als het gaat om immigratie. Inwoners van de Europese Unie kunnen zich hier vrij vestigen; niet-Europeanen, dus ook inwoners van islamitische landen, mogen alleen binnen als ze aan strenge voorwaarden voordoen.

Van Wilders hoorden we de afgelopen jaren veel geschreeuw over kopvodden en straatjihadi’s. Maar bij echt zorgelijke ontwikkelingen, zoals de toegenomen activiteit van de Moslimbroeders en andere voorstanders van de politieke islam, leverde zijn hulpje Van Klaveren vooral prutswerk af. Het resultaat van de Wilders-retoriek over de islam als ‘ziekte’ is helaas wel dat het steeds moeilijker wordt om nog een normaal debat over de islam te voeren.