Debat schiet niets op met historische neurologie van Wilders

Door Carel Brendel, 1 april 2011

Geert Wilders heeft het al vast verklapt. De tweede aflevering van Fitna, gereed in 2012, gaat vooral over ‘het barbaarse leven van de zieke geest Mohammed’. De filmfans kregen eerder deze week al vast een voorproefje via een ingezonden brief van de PVV-leider naar het weekblad HP/De Tijd.

Daarin ontpopte Wilders zich als een soort helderziende, die zelfs bijna 1400 jaar na iemands overlijden een medische diagnose kan stellen. Mohammed kampte met een hersentumor, aldus de amateur-neuroloog uit Venlo. “Als de tumor in de hypofyse overdruk in de hersenen veroorzaakt, gaan mensen dingen zien en horen die er niet zijn.”

Wilders baseert zich op een boek van de Vlaamse psycholoog Herman Somers. De profeet zou vanaf zijn veertigste jaar hebben geleden aan ‘acromegalie, een groeistoornis veroorzaakt door een gezwel in de hypofyse, een klein orgaan dat zich net onder de hersenen bevindt. Als de tumor in de hypofyse overdruk in de hersenen veroorzaakt, gaan mensen dingen zien en horen die er niet zijn.’ In dokterstaal gaat het om een ‘organische hallucinatorische aandoening met paranoïde kenmerken’. Anders gezegd: Mohammed was schizofreen.

En zo is de grondlegger van de islam gevoegd in het rijtje van beroemdheden (Napoleon, Alexander de Grote, Mozart, Jezus, Caesar en vele anderen) die zich mogen verheugen in medische speculaties achteraf. Met de ‘ontmaskering’ van Mohammed wil Wilders mogelijke afvalligen helpen om de islam te verlaten. In eerste instantie veroorzaakte hij echter boosheid bij zijn doelgroep. Daarnaast oogstte hij spot, bijvoorbeeld van Trouw-columnist Sylvain Ephimenco. Ook zijn Volkskrant-collega Nausicaa Marbe was niet onder de indruk van zijn ‘pseudo-wetenschappelijke speculaties van neurologische aard’. Marbe stelde vast dat Wilders met zijn medische etikettenplakkerij een communistische traditie volgt. De politiek correcte gemeente weet op haar beurt ook hoe zij dissidenten als Wilders, Ayaan Hirsi Ali en Sooreh Hera als krankzinnig moet wegzetten. Marbe: “Het letterlijk indelen van opvattingen in gek en gezond is gemeengoed in het politieke debat.”

Een mooi voorbeeld zag ik vandaag langskomen, in de kolommen van het Nederlands Dagblad (ND) dat verslag deed van een symposium over islamofobie in Tilburg. Daar verklaarde publicist en ‘islamkenner’ Frans Verhagen: “Er zijn enkele doorgedraaide politici of arabisten die islamofoob zijn, maar die mensen zijn psychisch ziek.” Gelukkig is Verhagen lievelingspublicist van website Joop in Nederland en geen hoofd van een KGB-kliniek in Sovjet-Rusland. Het ND zette de volgende inleiding boven het artikel: “Veel mensen zijn bang voor de islam, signaleert islamkenner Frans Verhagen. Maar er is volgens hem meer reden tot zorg over compromisloze christenen.” Wie dit leest, zal zich niet verbazen dat Verhagen tot voor kort lid was van D66, de partij die graag tegen het christendom ten strijde trekt, maar geen kwaad woord wil horen over de islam.

Wilders heeft overigens het volste recht om een nieuwe Fitna-film te maken en zich negatief uit te laten over Mohammed en de islam. De vraag is wel of het religiedebat hiermee iets op schiet. Politici spelen daarin een andere rol dan kunstenaars, columnisten, cartoonisten en cabaretiers. In de tweede helft van de vorige eeuw werd het christendom genadeloos bespot en aangepakt in columns, tv-programma’s, cartoons en kunstwerken. Christenen voelden zich gekwetst en beledigd. Ik herinner me echter niet dat seculiere politici Jezus of Mozes als een zieke geest afschilderden of extra hard tegen de schenen van de paus schopten. De politici handhaafden slechts het klimaat van vrije meningsuiting, waarin het mogelijk werd om de heilige huisjes omver te trekken.

Nu zitten we in de bizarre situatie, ook al door Marbe aangestipt, dat de zwaar beveiligde Wilders zeer verkrampt het debat laat ontsporen, ‘terwijl andere, originelere, interessantere stemmen uit angst zwijgen’. Misschien nog belangrijker dan cabaret, spot en satire is de ontwikkeling van serieuze religiekritiek, gekenmerkt door kritische verkenningen naar de bronnen van de islam en vergelijkend tekstonderzoek – dat niet wordt geremd door het dogma dat de Koran ‘van kaft tot kaft’ het woord van God is, en dat er niets meer kan worden veranderd aan wat 1400 jaar geleden door een aartsengel zou zijn doorgegeven. De ontwikkeling van kritisch Bijbelonderzoek stond immers aan de basis van de Hervorming en de Verlichting in ons deel van de wereld.

Zowel kritisch onderzoek als confronterende spot kan helpen om moeilijke kwesties bespreekbaar te maken en veranderingen op gang te brengen. De rotsvaste overtuiging van gelovigen is trouwens tegen beide fenomenen bestand, zo heeft de geschiedenis bewezen. Zelfbewuste christenen vinden blasfemie niet leuk, maar ze raken niet van slag als er iets naars word gezegd over of gedaan met hun heilige boek. Daar kunnen de opgejutte menigtes in Pakistan en Afghanistan nog iets van leren.

In het politieke debat is het niet zo relevant of Mohammed een ’zieke geest’ was, zoals Wilders beweert, of een ’weldoener’ zoals een boze Ahmed Marcouch per tweet reageerde. Belangrijker dan het karakter van Mohammed is de vraag wat zijn eigentijdse volgelingen in de praktijk doen met de 1400 jaar oude aansporingen. De politiek moet de vrijheid van godsdienst garanderen. Maar de politiek moet ook duidelijke grenzen stellen als vanuit een religieus geïnspireerde ideologie dwingende regels worden opgelegd aan niet-gelovigen of andersgelovigen; als de godsdienst via ‘goddelijke’, niet voor discussie vatbare leef- en gedragsregels de vrijheid, de emancipatie en de integratie van burgers belemmert. Respect voor de Nederlandse wetten en gewoonten is belangrijker dan respect voor de inhoud van heilige boeken.

Het gedoogakkoord houdt in dat CDA en VVD bij dit onderwerp hun goddelijke gang gaan en Wilders in de marge laten uitrazen. De uitval tegen Mohammed zal de PVV geen schade berokkenen, net zo min als het gedoe met Brinkmannen, brievenbuspissers en andere brekebenen. Wilders floreert zolang andere partijen de breed levende zorgen rond de islam niet serieus oppakken. De impasse kan alleen worden doorbroken als zij hun angst voor dit onderwerp laten varen. Zolang dat niet gebeurt, blijft de patstelling in het islamdebat bestaan.