Mediahype rond Ground Zero Moskee volledig overgewaaid

Door Carel Brendel, 24 maart 2011

Adviseur shariaproject klaagt over politieke agenda van Zionisten

Hoe is het eigenlijk met de New Yorkse imam Feisal Abdul Rauf en zijn plannen voor een islamitisch centrum annex moskee in de buurt van Ground Zero? Afgelopen zomer woedde een ware mediahype rond dit project, veroorzaakt door het voornemen van Geert Wilders om tegen de bouw te protesteren. De PVV-leider reisde naar Manhattan op uitnodiging van zijn geestverwante Pamela Geller. Het Amerikaanse debat over het Cordoba House sloeg over naar de Nederlandse media. Wilders hield een voor zijn doen gematigde toespraak, die geen hinderpaal vormde voor de formatie van een rechtse gedoogregering. De bries ging daarna even snel liggen als hij was opgestoken.

In de Nederlandse dagbladen viel in de laatste vijf maanden weinig meer te lezen over de ‘bruggenbouwende’ imam en zijn omstreden centrum, dat was omgedoopt in Park51. Het Amerikaanse blad Foreign Policy plaatste eind 2010 imam Rauf, samen met burgemeester Michael Bloomberg, supporter van het project, als elfde op een lijstje van honderd ‘globale denkers’. Het Nederlands Dagblad berichtte begin januari over een promotiereis van Rauf langs Amerikaanse universiteiten. Zijn echtgenote Daisy Khan gaf een lezing in Amsterdam. Dat leidde tot een welwillend interview in Trouw.

Vrijwel onopgemerkt bleef een ANP-bericht van 14 januari 2011. Daarin stond dat Rauf en Khan zich terugtrokken als boegbeelden van het project, niet meer als woordvoerders optraden en zich ook niet meer bezig hielden met de fondsenwerving. Het bericht werd als kortje geplaatst door het Haarlems Dagblad en drie aanverwante kranten. Verder heerste er stilte in de Nederlandse media.

De plaatselijke New York Post meldde dat Rauf werd vervangen door imam Abdallah Adhami. De initiatiefnemer zou echter achter de schermen actief blijven en lid blijven van de directieraad. De krant speculeerde over een verslechterde verstandhouding tussen de reislustige Rauf en de projectontwikkelaar Sharif El-Gamal, de voorzitter van Park51. Rauf stak zijn energie in de aangekondigde tournee, die in het teken stond van de interreligieuze dialoog.

Op 4 februari was nieuwkomer Adhami al weer na drie weken afgezet als religieus leider van Park51. De imam vertelde in een lezing dat homoseksualiteit het gevolg was van kindermisbruik. Dat leidde tot krachtige protesten van homo-organisaties. In het liberale New York was ook weinig begrip voor Adhami’s opvatting, dat afvallige moslims die een andere religie prediken, moeten worden opgesloten.

De New York Times gaf meer achtergrond over de lang sluimerende spanningen tussen zakenman El-Gamal en imam Rauf. De krant verwachtte dat het bijeenbrengen van de voor de bouw benodigde 100 miljoen dollar een stuk moeilijker zou worden. De verwarring nam verder toe in de weken daarna. De afgezette Rauf toonde zich bereid om een andere, minder omstreden plek te zoeken voor het islamitische centrum. Onroerend goedeigenaar El-Gamal bleef echter vasthouden aan de plek in de buurt van Ground Zero. ‘Wie is eigenlijk de baas?” vroeg de New York Times zich af. De vraag is gerechtvaardigd of het veelbesproken centrum ooit van de grond zal komen. Zelfs op de website van Geller is nog maar sporadisch aandacht voor het project. In plaats daarvan geeft ze haar bezoekers tips om zich voor te bereiden op een kernramp. “Met Obama in het Witte Huis moet je dit gidsje altijd bij de hand houden.”

Het is overigens een misverstand dat alleen geharnaste islambashers à la Geller tegen de VlakbijGroundZero-moskee ageerden. Diverse moslims maakten bezwaar tegen de bouw van een islamitisch centrum in de ‘schaduw’ van de verwoeste Twin Towers. Zelfs Raufs collega-bruggenbouwer Tariq Ramadan vond het verstandiger om naar een andere locatie te zoeken.

Volledige stilte trad ook in rond een ander initiatief van imam Rauf, het Shariah Index Project. Het ging om de samenstelling van een index, waarmee het islamitische gehalte van landen gemeten zou kunnen worden. Om misverstanden te voorkomen: Rauf is beslist geen voorstander van Saoedisch gruwelstrafrecht. Met zijn index wilde hij meten in hoeverre landen voldoen aan islamitische principes, zoals rechtvaardigheid en bescherming van minderheden, verklaarde hij in een interview met de Arabische krant The National. Als een soort Maurits Berger betoogde Rauf dat de Amerikaanse Grondwet en de Onafhankelijkheidsverklaring in overeenstemming zijn met islamitische waarden.

Toch wekte Rauf juist met deze Sharia Index het wantrouwen van zijn tegenstanders. De neoconservatieve onderzoekster Christine Brim suggereerde dat enkele verdiepingen van het islamitische centrum bestemd zouden zijn voor de uitvoering van dit shariaproject. Daarvoor had ze geen enkel bewijs, maar ze bracht wel diverse voor Rauf vervelende feiten boven water. De imam maakte het er niet beter op door alle verwijzingen naar de Iraanse bemoeienis met dit project van zijn website te laten verdwijnen. Duidelijk werd ook dat het werk voor de index werd geleid vanuit Kuala Lumpur met financiële steun van de Maleisische regering. Bovendien werkte Rauf rond dit onderwerp samen met de Moslimbroederschap. Na enkele conferenties gaf hij zijn eerste presentatie van het project bij het International Institute of Islamic Thought, een kernorganisatie van de Amerikaanse Moslimbroeders. Aanwezig was Raufs belangrijkste adviseur, de in Qatar werkzame Jasser Auda. Hij is niet alleen verbonden aan het IIIT, maar ook medeoprichter van de International Union of Muslim Scholars (IUMS), het geleerde gezelschap rond Yusuf al-Qaradawi, de spirituele leider van de Moslimbroederschap.

Van het Shariah Index Project werd niets meer vernomen tot vorige week. Toen verscheen op de nieuwe Qaradawi-site OnIslam.net een uitgebreid interview met Jasser Auda. Daaruit blijkt dat Raufs islamitische meetlat niet van de grond komt. Met steun van onderzoeksbureau Gallup, waar ‘onze zuster Dalia Mugahed’ een leidende functie had, was er ‘een soort van index’ opgesteld, ‘geen echte ranglijst, maar een beginstudie’. Deze beperkte zich tot landen aangesloten bij de Organisatie van de Islamitische Conferentie (OIC). Het vergelijken van islamitische landen op grond van criteria als welzijn, maar ook op wetgeving over alcohol en overspel, leidde tot grote weerstanden, zo blijkt uit het relaas van Auda. “We kunnen begrijpen dat er veel politiek te pas komt aan het rangschikken van islamitische en niet-islamitische landen in hoe islamitisch ze zijn, wat denk ik een einde maakte aan het project in deze fase.”

Politieke gevoeligheden binnen de islamitische wereld bepaalden dus het lot van Raufs shariaproject. Desondanks klaagde Auda uitgebreid over de politieke tegenwerking door neoconservatieve krachten in de Verenigde Staten, die een verkeerd beeld van de sharia zouden schetsen. De geleerde zorgde voor een venijnig slot van het vraaggesprek: “De grootste uitdaging is politiek omdat er veel mensen een politieke agenda hebben tegen minderheden, op grond van ras of partijdigheid. En deze mensen zijn erg machtig in de media, sommigen hebben een Zionistische agenda, sommigen zijn pro-Israël en denken dat de Amerikaanse moslims een hinderpaal zijn voor hun politieke opvattingen en politieke agenda’s.”

Auda’s uithaal is tekenend. Vooruitstrevende moslims als Zuhdi Jasser en Asra Nomani klagen nooit over Zionisten en islamofoben. Rauf en echtgenote Khan daarentegen trokken direct de islamofobiekaart tegen de aanzwellende kritiek op hun moskee op Manhattan. Nu haalt hun adviseur als een volleerde Rabbae uit naar de Zionisten. Complotdenken, verongelijktheid en slachtofferschap zijn de kenmerken die zogenaamd vrijzinnige moslims onderscheiden van werkelijk vooruitstrevende moslims.